Niets en niemand komt ooit ter bestemming, iedereen en alles staat altijd stil. Wie in beweging gelooft, belandt in de valstrik van Zeno’s paradoxen. Aristoteles, Kant, Hegel, Bergson, Russell (en ontelbare wiskunstigen…) allemaal kennen ze zijn aporiai, verlegenheden, redeneerstraatjes zonder einde. De snelvoetige Achilles zal nooit de slaktrage schildpad inhalen, een vliegende pijl staat elk moment stil.
De interne logica van de redenering onderuit halen blijft lastig, maar dat Zeno ongelijk heeft, niet.
Eens was Antisthenes bij Zeno op bezoek. Omdat hij de paradoxen maar niet kon weerleggen, begon hij zenuwachtig te ijsberen. Zeno – op zijn beurt geïrriteerd – riep hem toe: ‘Man, sta nu toch eens stil.’ Waarop Antisthenes antwoordde: ‘Bewoog ik dan?’
[bijeengesprokkeld uit een column in ‘Zeno’ van Patrick de Rynck – bijlage van DE MORGEN, lang geleden, ik gok 2005-2010]
