Luthers bewerking van het responsorium Ecce quomodo moritur iustus (1543)

In zijn begrafenisbundel Christliche Geseng Lateinisch vnd Deudsch, zum Begrebnis (Wittenberg 1543) nam Luther het oude gregoriaanse responsorium Ecce quomodo moritur iustus (uit de Tenebrae van Stille Zaterdag) over, paste het op twee punten aan om het geschikt te maken voor zijn doel: een responsorium voor de uitvaart, waarin de hoop op de opstanding wordt bezongen. Een vergelijking van de versies maakt Luthers keuzes scherp zichtbaar.


Roman responsory
Gallus/Handl
Luther 1543
Ecce quomodo moritur justusEcce quomodo moritur iustus
et nemo percipit cordeet nemo percipit corde
et viri justi tollunturviri iusti colliguntur
et nemo consideratet nemo considerat
a facie iniquitatis sublatus est iustusante faciem calamitatis colligitur
iustus
et erit in pace memoria eiusIntrat in pacem
et quiescit in cubili suo
qui recte ambulavit
VerseIs. 53:7: Tamquam agnus coram tondente obmutuit
OR:
Ps. 75:3: In pace factus est locus eius, et in Sion habitatio eius
Ps. 17:15 (adapted):
Et ipse in iustitia videbit faciem Dei, saluabitur cum evigilaverit
in similitudine eius
Theme Suffering / Passion
Rest
Resurrection
Assurance of salvation
Liturgical Tenebrae, Holy SaturdayFuneral

1. Bijbelcorrectie van de Jesajatekst

De gregoriaanse responsoriumtekst was een liturgische bewerking van Jesaja 57:1-2, die op twee punten van de bijbeltekst afwijkt. Luther stelde de tekst bij op grond van zijn eigen bijbelvertaling (en het Hebreeuws):

  • tollunturcolliguntur / Duits: aufgerafft / weggerafft
  • iniquitatiscalamitatis / Duits: Unglück

Bovendien citeert Luther Jesaja 57:2 vollediger dan het rooms responsorium: “Intrat in pacem et quiescit in cubili suo, qui recte ambulavit” ontbreekt in de rooms-liturgische versie geheel. Dit is sola scriptura in de liturgische praktijk.


2. Theologische heroriëntatie: van lijden naar opstanding

Ingrijpender is Luthers keuze voor een ander vers.

  • Het klassieke responsorium uit de Tenebrae liturgie (ook in het Officie van de Doden opgenomen) kent verschillende verzen:
    A. Jesaja 53:7 — het zwijgende lam voor zijn scheerder — volledig ingebed in de passievroomheid: de gelovige lijdt mee met Christus.
    B. Psalm 75:3 — “In pace factus est locus eius, et in Sion habitatio eius” — ook afkomstig uit de Tenebrae-liturgie van Stille Zaterdag. Gallus geeft dat ook aan: “De Passione Domini Nostri Iesu Christi”.
  • Luther verlaat de passieliturgie en kiest Psalm 17:15, maar bewerkt de tekst op twee niveaus.

Grammaticaal: de Psalm heeft de eerste persoon enkelvoud — “ego in iustitia videbo faciem tuam, implebor cum evigilavero similitudine tua” — Luther zet dit om naar de derde persoon (et ipse… videbit… salvabitur… evigilaverit), zodat de tekst aansluit op de voorafgaande “qui recte ambulavit”: de rechtvaardige van wie zojuist gesproken werd, zal zelf de opstanding meemaken. Hij vervangt het bijbelse werkwoord implebor (“ik zal verzadigd worden”) door salvabitur (“hij zal gered worden”). Dat dit geen vertaalcorrectie naar de grondtekst is, bewijst Luthers eigen Duitse bijbelvertaling: die geeft het vers trouw als “Ich wil sat werden / wenn ich erwache nach deinem Bilde” — geheel in lijn met het Hebreeuws (אֶשְׂבְּעָה, verzadigd worden) en de Vulgaat (implebor).
Luthers Latijnse versie van het responsorium wijkt hier dus bewust af van de bijbelvertaling om de boodschap beter te kunnen overbrengen. Salvabitur is een gerichte theologische ingreep: de opstanding is verlossing redding, heil. Dit sluit naadloos aan bij Luthers voorwoord bij de bundel: De aloude mooie muziek mag blijven, maar qua tekst gevuld worden met de verwachting van de opstanding.