Hymnen – oud en nieuw (1632)

  • Is het nu Creator alme siderum of Conditor alme siderum ?
  • Is Iam sol recedit igneus nu de eerste of de derde regel van de hymne O lux beata trinitas ?
  • Is het nu Herodes hostis impie of Crudelis Herodes Deum ?
  • En wat met Ad regias agni dapis of Ad cenam agni providi ?

De verwarring hieromtrent is veroorzaakt door paus URBANUS VIII, die met een 17de eeuws puristische visie op wat Latijnse poëzie kon/mocht zijn een commissie (oei, dan weet je het wel) in het leven heeft geroepen om die oude barbaarse (middeleeuwse) hymnen liturgie-waardig (salon-fähig) te maken. Dus zuivere jambische verzen (of trocheïsch…), geen ‘hiaten’, geen niet-klassiek idioom, kromme syntax etc… En daar gaan vele hymnen voor de bijl. Ze worden soms bijna geheel herschreven. Ja, je moet oppassen, als commissies zich buigen over poëtische teksten of liederen. Krasse beelden worden vervangen door standaard-dogma’s (het gaat toch om de boodschap!) en levendige ritmes worden monotone dreunen, klankrijke taal verlept (niet altijd, maar toch wel vaak, vind ik) etc…

Changes were made when the hymns were ‘revised’ in 1632 to comply to the taste of the 17th century church-elite, who experienced the Medieval Latin as ‘barbarous’ and ‘defective’ in metre/style.

Als proef op de som: het eerste lied dat ik hierboven citeerde… Het stamt uit de 7de eeuw en eigenlijk is er geen steen op de ander gebleven bij de revisie. De auteur van het proefschrift waaruit de onderstaande vergelijkingstabel is genomen (appendix) concludeerde ook toen al:

“Even if we are prepared to admit the occasional substitution of a trochee for an iambus we can scan the old text as it stands accentually. Granted this accentual scheme, then there is nothing in the hymn to cause difficulty but the nutu in v.l6 and hagie in v. 17. The hymn which the revisers substituted is, poetically speaking, quite inferior to the original. almost from the substitution of the commonplace Creator for the vivid Conditor in the first line to the last stanza where our anonymous seventh century poet prays:

7th century (original)1632 revision (Urban VIII)
Te deprecamur, agie,
Venture iudex saeculi,
Conserva nos in tempore
Hostis a telo perfidi.
Te deprecamur ultimae
Magnum diei iudicem,
Armis supernae gratiae
Defende nos ab hostibus.”

He knows that if God preserves us from the dart of the enemy in time, we need have no concern for eternity. The revisers kept the idea but almost nothing of the epigrammatic expression.
G. W. McGrath, The Revision of the Hymns of the Roman Breviary under Urban VIII, unpublished dissertation 1939, p. 76 

From the same book the appendix: all hymns from the Breviary, on the left the official (revised) version, compared with the original (on the right)

OLD-NEW_The-Revision-of-the-Hymns-of-the-Roman-Breviary-under-Urban-VIII