Kerstbezinning in corona-tijd

Mens-wording

Ja, dat had God zich ook wel wat anders voorgesteld toen hij lichtjaren geleden vanuit het niets de wereld in het aanzijn riep en even later (voor God zijn lichtjaren als de dag van gisteren, wanneer die is voorbijgegaan) aan de mens overdroeg om die te bebouwen en te bewaren. Hij had gedacht: Die gaan het wel goed met elkaar vinden, die mensen. Want ze zijn op elkaar aangelegd.. en ze lijken op mij. Dus die gaan wel zorgvuldig om met de natuur, met elkaar…

Maar nee hoor: God had zich nog niet omgekeerd of ze plukten al de verboden vrucht. Een om verantwoording gevraagd, geven ze snel de ander de schuld: The blame game is begonnen. Had hij ze aan het werk gezet buiten het paradijs. Dacht hij dat ze dan het dan wel zo druk zouden hebben met overleven, dat hun ‘ego’ geen kans kreeg om te groeien ten koste van de anderen. Maar opnieuw: voor hij er erg in had, sloeg de oudste de jongste het hoofd in.

Hoe krijg je in godsnaam die mensen weer op het rechte pad… ? dacht God.
Hij probeerde van alles uit. Hij schreef een wetboek, waar ze zich aan moesten houden. De mensen zochten altijd weer achterpoortjes. En eens ze de macht hadden, trokken ze hun eigen plan. Hij stuurde profeten, die hen donderend aan de wet kwamen herinneren: Elia, Johannes de doper – u kent ze wel. Priemende ogen, wijzende vinger, voor niets en niemand bang. Ook dat hielp niet, d.w.z. eventjes… Daarna was het weer snel het oude liedje:

En ik zie God nu denken: Wie niet leren wil, moet maar voelen. Donder, bliksem, vuur en zwavel: einde verhaal. Experiment ‘mens’ mislukt. Delete Forever ? Zijn vinger aarzelt bij de bevestigingsknop. Hij kan het niet over z’n hart krijgen.

En dan opeens heeft hij een idee, een plan, om niet te zeggen ‘a cunning plan’. Als ze nu niet willen luisteren naar anderen, misschien, ja misschien moet hij zelf dan maar eens gaan.
En dan niet molenwiekend en bulderend als de Almachtige here der heerscharen, want daar win je geen harten mee. Neen, als… mens, ècht mens met alles wat daarbij hoort.

God moet gedacht hebben: als ik ze nu eens laat zien wat het is om ‘mens te zijn’, misschien snappen ze het dan, waartoe zij geroepen zijn. Ik geef het toe, het is een vreemd idee voor een God, maar dit is toch echt waar het vandaag over gaat: mens-wording. Met een deftig woord: incarnatie. Het is de kern van het christelijk credo.

God kwam… en hij bleek mens te zijn. Menselijker dan de mensen. Op deze ‘menswording’ past maar één antwoord. Immers: Als God nu al mens is, waar wachten wij nog op !?

[Extract uit de bezinning tijdends de kerstviering van 25 december 2020] – Tussen Komt allen tesamen en Er is een roos ontloken.