Oratorium 4: Jonas – Carissimi

Hier het tekstboekje:

Oratorium4_Jonas_tekstboekje_def

Wie kent het verhaal niet? Van Jonas (of Jona) de profeet die weigert Gods Woord te verkondigen, die om een storm te stillen in zee beland en opgeslokt wordt door een grote vis, en na 3 dagen en nachten te hebben doorgebracht in de buik van de vis een herkansing krijgt… en tenslotte – zittend onder een wonderboom – zich dood ergert dat God z’n oordeel niet uitvoert.

Praktische gegevens

  • dinsdag 29 oktober 2019, 20u00
  • Sint-Norbertuskerk te Antwerpen, Dageraadplaats (Zurenborg)
    • presentatie & toelichting: Dick Wursten
  • koor, orkest en solisten van het Antwerps Collegium Musicum
    • muzikale leiding: Willem Ceuleers
  • toegang vrij / vrije bijdrage

Programma

  • Introductie op het ontstaan van het ‘oratorium’
  • Girolamo Frescobaldi (1583-1643): Toccata nona
    soliste: Jetty Janssen
  • Giacomo Carissimi (1605-1674): Jonas (oratorium)
  • bezinning op Jonas (wat de Jezuïeten hebben weggelaten)
  • Girolamo Frescobaldi : Toccata sesta
    soliste: Jetty Janssen
  • Willem Ceuleers: Lied van Jonas, opus 944

Een schitterende zetting van Giacomo Carissimi (1605-1674), de godfather van de oratoriatraditie in Italië (hij heeft er 13 op z’n naam staan, zowel in het Italiaans als in het Latijn). Het libretto volgt behoorlijk precies de bijbeltekst, maar laat détails weg (en dus subtiliteiten). Tevens versterkt het de dialogische/dramatisch momenten. Van een overrompelende stormscène tot een innig gebed (met keervers). De muziek – zeg maar: Monteverdi-achtig – is zeer afwisselend: Na een fraaie instrumentale introductie (symphonia) komt de verteller op (zijn rol is verdeeld over individuën en koor), zijn er solistische passages (m.n. het gebed van Jona) koren, dialogen en krijgt het verhaal vorm. De muziek vertelt het verhaal en schildert de bijbehorende gevoelens/beelden.
Het verhaal zelf – een pareltje van vertelkunst – voorziet overigens allerhand religieuze vanzelfsprekendheden van vraagtekens. We maken kennis met een eigenwijze (ongehoorzame) profeet, heidenen die tot inzicht komen, een oordeel dat niet komt, een profeet die daaraan ergert, uitlopend op de vraag aan de lezer/hoorder: Wat vind je van een God die er gewoon niet van houdt om ‘levende wezens’ te vernietigen...
De uitvoering van het oratorium wordt omkaderd met instrumentale muziek van Girolamo Frescobaldi en het geheel wordt afgesloten met een première: een zetting van Jona’s Psalm door Willem Ceuleers (op tekst van Ad den Besten).


Jona weigert Gods opdracht om naar Ninevé te gaan (prent HIeronymus Wierincx, ca. 1620)

TOELICHTING
Een uitgebreide toelichting op genre, vorm en verteltechniek (structureel en op woordniveau) vindt u in de vertaalaantekeningen die gepubliceerd zijn toen in 2004 de Nieuwe Bijbelvertaling in het Nederlands werd gelanceerd. Zeer leerzaam: ook de détail-discussies rondom een aantal lastige vertaalkeuzes (helaas nu achter een betaalmuur https://www.debijbel.nl/bijbel/NBVV/JON.1

Het boek Jona is bedriegelijk eenvoudig. Het lijkt een kinderverhaal (doet je denken aan Pinokkio bijv.), maar is eigenlijk een fundamentele en ook wel humoristische (zelf-kritische) bezinning op hoe wij – de gelovigen, gepersonifieerd in Jona – ons eigenlijk verhouden tot God’s oordeel over anderen, of beter: als God de anderen (heidenen, ongelovigen, andersgelovigen > in het verhaal: de zeelui, de Ninevieten) net zo gaat behandelen als ons (d.w.z. gaat redden), en wij dus de voordelen, privileges verliezen, waarop wij menen recht te hebben, omdat wij bij ‘de goeden’ horen. Het verhaal bewerkt deze bezinning middels een slimme opbouw met herhalingen en steeds weerkerende motieven en sleutelwoorden. De hoofdstructuur is snel doorzien: Jona 1 en Jona 3 spiegelen elkaar. Jona 1 begint met de eerste roeping en vertelt vervolgens wat uit Jona’s weigering aan ellende voortvloeit. Aan het begin van Jona 3 staat de tweede roeping van Jona (bijna dezelfde woorden), waarna wordt weergegeven wat op Jona’s gehoorzaamheid aan moois volgt, tot ergernis van Jona. Halverwege beide hoofddelen vindt een omslag plaats in de vorm van een gebed (2:1 en 4:2). Binnen deze hoofdstructuur worden de onderdelen zelf ook verteltechnisch fraai uitgewerkt. Contrasten: Jona vlucht naar het Westen, terwijl hij naar het Oosten moet. De vlucht wordt drievoudig met het werkwoord ‘afdalen’ (eerst naar Jaffa, dan in het schip, dan in de vis) geschetst. Wat hij weigert is de ‘opgang’ naar het Oosten (Ninevé), wat hij weigert is ‘op te staan’. Ook het woord ‘omkeren’ (afkeren, bekeren) is een sleutelwoord. Enfin: er is nog veel meer, maar dat is voor aan andere keer.

En o ja, natuurlijk is dit geen historisch verhaal, maar een midrash, opgehangen aan de naam van een profeet uit de tijd van Jerobeam II (Jona, de zoon van Amittai), over wie verder niets bekend is… Datering? Tussen 500-200 voor Chr.

oratoria_seizoen_-2_bis

Seizoensfolder