Bewoog ik dan? – Zeno en Antisthenes

Niets en niemand komt ooit ter bestemming, iedereen en alles staat altijd stil. Wie in beweging gelooft, belandt in de valstrik van Zeno’s paradoxen. Aristoteles, Kant, Hegel, Bergson, Russell (en ontelbare wiskunstigen…) allemaal kennen ze zijn aporiai, verlegenheden. De snelvoetige Achilles zal nooit de slaktrage schildpad inhalen, een pijl die vliegt staat ieder moment stil.

Dat Zeno ongelijk heeft is gemakkelijk aan te tonen, maar dat de redenering zelf niet klopt is een stuk moeilijker te bewijzen. Toen, op z’n oude dag, Socrates’ leerling Antisthenes bij Zeno op bezoek was, en zenuwachtig begon te ijsberen, omdat hij de paradox maar niet kon weerleggen, riep Zeno, op zijn beurt geïrriteerd, naar hem: ‘Man, sta nu toch eens stil.’ Waarop Antisthenes antwoordde: ‘Bewoog ik dan?’

[bijeengesprokkeld uit een column in ‘Zeno’ van Patrick de Rynck – bijlage van DE MORGEN, lang geleden]