de opstanding bewijzen

Historici kunnen alleen vaststellen wat er hoogstwaarschijnlijk in het verleden is gebeurd, op basis van het materiële en schriftelijke bewijsmateriaal dat we hebben. Voor de opstanding is geen materieel bewijs (de lijkwade van Turijn telt niet als bewijsstuk, sorry), we hebben enkel zeer veel vroegchristelijke verslagen, waarin naar de opstanding wordt verwezen: in chronologische volgorde: opmerkingen van Paulus in zijn brieven (jaren 50, de oudste literaire bronnen) en de verhalen in de evangeliën.

Belangrijke opmerking: Deze verslagen dateren van vele jaren na de beschreven gebeurtenissen, en zijn geschreven door mensen die er zelf niet bij aanwezig waren. Ze baseren zich op mondelinge overleveringen die in omloop waren, waarvan de bronnen voor ons niet meer zijn te achterhalen. Verder zijn de verslagen uit het Nieuwe Testament niet onbevooroordeeld – logisch: de auteurs zijn toegewijd aan Jezus, die zij als de levende Heer belijden (hebben leren kennen). Ze zijn dus geëngageerd gelovig wat de opstanding van Jezus betreft. Hoewel ze het eens zijn over de grote lijnen van het verhaal, spreken ze elkaar – als je wat preciezer leest – nogal tegen, zodat een sluitende reconstructie op grond van de verhalen niet echt mogelijk is.

Mijn visie: De wetenschappelijke (scientific) discussie over of Jezus al dan niet uit de dood is opgestaan, heeft is een non-discussie, want ze heeft geen object dat je kunt omschrijven, en vervolgens onderzoeken. De aanname dat hij is opgestaan is namelijk altijd een kwestie van geloof (d.w.z. ‘een mening’) en niet van historische bewijsvoering, en al helemaal niet wat het fysiologisch/biologische luik betreft.