παρὰ θῖνα θαλάσσης
Drie woorden slechts van Homerus, —
o hóór het kantelen en ruisen
dat er in schuilt; — als een kind
dat gelovig de schelp aan het oor legt.
Hoorde ge eigenlijk nooit
dat komen en gaan, gaan en komen:
hoorde ge eigenlijk nooit
de zee in het vers van Homerus?
Gedicht van Ida Gerhardt (uit De zomen van het licht, 1983. afdeling: een naam in schelpen)
“Para thina thalasses” (Grieks: παρὰ θῖνα θαλάσσης) is een beroemde uitdrukking uit de klassieke literatuur en betekent letterlijk “langs de oever van de zee“. De tekst komt uit de Ilias van Homerus (Boek 1, vers 34). De volledige versregel is para thina poluphloisboio thalasses. Het woord poluphloisboio (luid-ruisend) wordt vaak gebruikt in het onderwijs om uit te leggen wat een onomatopae is (klanknabootsing): Spreek het maar uit, en je hoort rollen en breken van de golven op het strand. Onbedoeld of bedoeld —dat weet ik niet— laat Ida Gerhardt net dat woord weg, en vraagt dan de hoorders van Homerus of ze de zee horen ruisen.
Origineel is Ida niet: In Mœurs Contemporaines (1919) gebruikte Ezra Pound de volledige Griekse frase: “Para thina poluphloisboio thalasses”. De context is wel iets uitbundiger dan bij Ida Gerhardt:
VI
Stele
After years of continence
he hurled himself in a sea of six women.
Now, quenched as the brand of Meleagar,
he lies by the poluphloisboious sea-coast.
παρὰ θῖνα πολυφλοισβοῖο θαλάσσης
SISTE VIATOR.
Stele, rechtopstaande zuil.
Meleager, zie afbeelding

