Henri Lacordaire – goede wetten creëren vrijheid

“Entre le fort et le faible c’est la liberté qui opprime et la loi qui affranchit.” (1848)
“Tussen de sterke en de zwakke werkt vrijheid onderdrukkend en maakt de wet vrij.”

Dit citaat is afkomstig van de Franse dominicaan en politicus Henri-Dominique Lacordaire (1802–1861). Hij sprak deze woorden tijdens een vastenpreek in 1848. Ze is gepubliceerd in 1855 in deel III van Les conferences de Notre-Dame de Paris (1835-1851). Het benadrukt dat zonder regels de totale (actieve) vrijheid van de sterke de zwakke verplettert. Een passieve vrijheid, d.w.z. een vrijheid die bij wet wordt opgelegd, is noodzakelijk om de kwetsbaren ook de kans te geven vrij te zijn. Indien dit niet gebeurt neemt de sterke gewoon alle terrein in. Daarom geldt: Contraindre le fort pour affranchir le faible (dat is geen citaat, maar gewoon hetzelfde anders gezegd).

Waarin komt het citaat vandaan?

  • Lacordaire was een vertegenwoordiger van het liberaal-katholicisme. Hij leefde in een tijd van grote sociale en politieke onrust in Frankrijk. Hij streed met grote inzet, en veel eloquentie, voor een positieve relatie tussen christendom (de rooms-katholieke kerk) en de moderne zich emanciperende wereld. De relatie met zijn hiërarchie was précair (meer hieronder)
  • Met deze uitspraak keert hij zich tegen het radicale economische liberalisme van zijn tijd. Vrijheid klinkt wel mooi maar in een ongelijke samenleving profiteren de sterken daarvan. Wet klinkt inperkend maar is in zo’n situatie juist essentieel, niet enkel om de zwakken te beschermen, maar ook om hen de kans te geven om hun vrijheid te veroveren.
  • Het volledig citaat is langer: “Entre le fort et le faible, entre le riche et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime, et la loi qui affranchit.”
  • Ik las het citaat voor het eerst voorin het boekje van Karin Hereman, Een tip van de sluiter, over het hoofddoekenverbod op het Antwerpse Atheneum. Ik heb lesgegeven op die school en de invoering van dat verbod meegemaakt.

Wie was Henri Lacordaire?

Lacordaire liet zich in de jaren 1830 opmerken door zijn artikels over de vrijheid van mening, de persvrijheid, en de vrijheid van onderwijs ook op universitair vlak. Die hij – als katholiek – verdedigde. Dat kon, als er een volledige scheiding was tussen kerk en staat. Zijn teksten waren, net als die van Montalembert en Lamennais, zo uitdagend dat de Franse bisschoppen verontrust werden en hem probeerden het zwijgen op te leggen. In Frankrijk haalden ze bakzeil, maar op 15 augustus 1832 werden hun ideeën (zonder dat ze werden vernoemd) veroordeeld in de pauselijke encycliek Mirari Vos, onder meer wat betreft de gewetensvrijheid en de persvrijheid. Lacordaire trok zich uit de strijd terug en onderwierp zich aan het pauselijk gezag. Op 9 april 1839 trad hij in Rome toe tot de orde van de predikheren (Domicanen). Ondertussen ging hij verder met zijn theologische studies. In 1841 keerde hij naar Frankrijk terug. Ostentatief kleede hij zich in de (in theorie verboden) monnikspij van de dominicanen. Hij werd opnieuw de zeer populaire vastenpredikant in de Notre-Dame van Parijs. Hij stichtte kloosters doorheen Frankrijk en in 1850 werd de Franse provincie van de Dominicanen officieel heropgericht. Lacordaire werd provinciaal-overste. Onderwijl bleef hij ook buiten het klooster actief. Hij was van mening dat kloosterwetten de vrijheid van prediking en onderricht niet in de weg stonden.

Lacordaire in de Notre-Dame omstreeks 1845, anonieme tekening (Bibliothèque nationale de France)

Nadat hij lange jaren een opponent was geweest van de Julimonarchie, begroette hij enthousiast de revolutie van 1848 en de oprichting van de Tweede Republiek. Samen met Henri Ozanam stichtte hij de krant l’Ère nouvelle, waarin hij opnieuw heel sterk de vrijheid verdedigde, omdat hij de voordelen daarvan zag voor de kerk zelf (die zou juist door niet meer met de macht gelieerd te zijn, zelf van veel ballast bevrijd zijn). Toen er gekozen werd voor een nieuw parlement, werd Lacordaire door de kiezers van Marseille naar de constituante gestuurd. Als voorstander van de republikeinse staatsvorm ging hij uiterst links zetelen. Hij bleef echter maar kort, want de onlusten van mei 1848 en de repressie die erop volgde waren voor hem te veel. Enkele jaren later verzette hij zich tegen de staatsgreep van Napoleon III (1851), die naar zijn oordeel inging tegen de ideeën van vrijheid en tegen alles wat hij voorstond. Daarna trok hij zich terug uit het openbare leven. 

De Conférences de Notre-Dame 

zijn een reeks fameuze preken (sermons) gehouden door Lacordaire in de kathedraal Notre-Dame de Paris, in twee periodes: 1835 tot 1843, en opnieuw van 1848 tot 1850. Zij kaderden in de zeer oude traditie van de ‘vastenpreken’ die door hem (en de bisschop_ terug in het leven was geroepen in 1835. Ze waren gericht op het stedelijk, intellectueel publiek dat de Kerk verlaten had na de Franse Revolutie. (vgl. Schleiermacher in Duitsland met zijn ‘Reden über die Religion an die gebildeten unter ihren Verächtern). Hij richtte zich op studenten, schrijvers, journalisten, juristen, kunstenaars, sceptici en de “moderne seculiere Parijzenaars.” De Notre-Dame fungeerde hier als kathedraal (Vastenpreken), maar ook als publiek forum. Het was een poging van de Kerk zich opnieuw tot de moderne wereld te richten na de vele omwentelingen. Zijn preken trokken veel volk en hadden een aanzienlijke invloed op de heropleving van het christelijk geloof en de kerk in Het 19de eeuwse Frankrijk.

De 52ste conférence: Over de vrije zondag

Wat velen niet weten, is dat de quote in een ‘conférence’ over de vrije zondag gaat, die volgens Lacordaire door een wet moet worden gegarandeerd, omdat anders de machtsongelijkheid tussen patrons en arbeiders al snel ertoe zou leiden dat de vrijheid om op de sabbatdag te rusten (grondwettelijk verankerd) een dode letter zou worden voor laatstgenoemden (de faibles van dienst). Hier de context (Conférence nr. 52, met als titel; Le double travail de l’homme) …

Est-ce bien la France qui méconnaît à ce point les devoirs les plus sacrés de l’homme envers l’homme ? Est-ce elle qui déchire le pacte fondamental de l’humanité, qui livre au riche l’âme et le corps du pauvre pour en user à son plaisir, qui foule aux pieds le jour de la liberté, de l’égalité, de la fraternité, le jour sublime du peuple et de Dieu ? Je vous le demande, est-ce bien la France ? Ne l’excusez pas en disant qu’elle permet à chacun le libre exercice de son culte, et que nul, s’il ne le veut, n’est contraint de travailler le septième jour ; car c’est ajouter à la réalité de la servitude l’hypocrisie de l’affranchissement. Demandez à l’ouvrier s’il est libre d’abandonner le travail à l’aurore du jour qui lui commande le repos […]. Demandez à ces êtres flétris qui peuplent les cités de l’industrie, s’ils sont libres de sauver leur âme en soulageant leur corps. Demandez aux innombrables victimes de la cupidité d’un maître, s’ils sont libres de devenir meilleurs, et si le gouffre d’un travail sans réparation physique ni morale ne les dévore pas vivants […]. Non, Messieurs, la liberté de conscience n’est ici que le voile de l’oppression ; elle couvre d’un manteau d’or les lâches épaules de la plus vile des tyrannies, la tyrannie qui abuse des sueurs de l’homme par cupidité et par impiété […]. Sachent donc ceux qui l’ignorent, sachent les ennemis de Dieu et du genre humain, quelque nom qu’ils prennent, qu’entre le fort et le faible, entre le riche et le pauvre, entre le maître et le serviteur, c’est la liberté qui opprime, et la loi qui affranchit. Le droit est l’épée des grands, le devoir est le bouclier des petits. (p. 492-494)

Cinquante-deuxième conférence: du double travail de l’homme, uit: Lacordaire, Henri-Dominique, Œuvres. Tome IV. *Conférences de Notre-Dame de Paris. Tome troisième (1846–1848). Paris: Librairie Poussielgue Frères, 1872, pp. 471-495. Het citaat staat op p. 494.

Dick Wursten