Clément Marot : Als een vogel zo vrij

Rondeau parfait. En liberté…
A ses amis après sa délivrance

Een gedicht van de Franse dichter Clément Marot (1496-1544) over 1 mei, de dag dat hij zijn vrijheid hervond.

buste van Marot, Cahors
foto: Jetty Janssen

Qua vorm is het gedicht een rondeau parfait. Alle regels van het eerste kwatrijn keren, één voor één, terug als slotregel van de volgende kwatrijnen. De beginwoorden En liberté ronden het geheel af (vandaar ‘Rondeau’).
Qua inhoud vertelt Marot over zijn tijd in de gevangenis (voorjaar van 1526): Eerst in le Châtelet (Parijs), daarna in Chartres (met milder régime) en hoe hij – dankzij interventie van het Franse hof – is bevrijd. Inhoud en vorm vertellen in dit gedicht hetzelfde verhaal.

Wilt u meer weten over de achtergrond van dit gedicht, lees dan de parallel gepubliceerde uitgebreide webpagina.

Rondeau parfait
À ses amis après sa délivrance
En liberté maintenant me pourmène,
Mais en prison pourtant je fus cloué :
Voilà comment Fortune me démène.
C’est bien, et mal. Dieu soit de tout loué.
Les Envieux ont dit, que de Noé
N’en sortirais : que la Mort les emmène !
Maulgré leurs dents le nœud est dénoué.
En liberté maintenant me pourmène.
Pourtant si j’ai fâché la Cour romaine,
Entre méchants ne fus oncq alloué :
Des bien famés j’ai hanté le domaine :
Mais en prison pourtant je fus cloué.
Car aussitôt que fus désavoué
De celle-là, qui me fut tant humaine,
Bientôt après à saint Pris fus voué :
Voilà comment Fortune me démène.
J’eus à Paris prison fort inhumaine,
À Chartres fus doucement encloué :
Maintenant vois, où mon plaisir me mène.
C’est bien, et mal. Dieu soit de tout loué.
Au fort, Amis, c’est à vous bien joué,
Quand votre main hors du pair1 me ramène.
Écrit, et fait d’un cœur bien enjoué,
Le premier jour de la verte Semaine,2
En liberté.
Rondeau LXVII (Oeuvres, 1538), orthographe (partiellement) modernisée

Aan zijn vrienden, na zijn vrijlating

Volmaakt rondeel
Aan zijn vrienden, na zijn vrijlating
Ik ben vrij en ga mijn eigen gang,
Toch zat ik vast, in het gevang
Dat is het lot, zo gaat het leven:
‘t zij goed of kwaad: God zij geprezen.
Jaloers zeiden ze: ‘Voor kerstmis
geraak je er niet uit!’ Ik zeg :’Val dood’.
grom maar, knars, de knoop is ontward
Ik ben vrij en ga mijn eigen gang,
Wat zeg je? Ik zou Rome ambeteren?
In slecht gezelschap verkeerde ik nooit,
t’ waren goede heren, die ik frequenteerde:
Toch zat ik vast, in het gevang.
‘t is waar: Toen zij mij liet vallen
die mij als mens zo dierbaar was,
viel heilige hechtenis mij ten deel:
Dat is het lot, zo gaat het leven.
De conciergerie, onmenselijk,
de cel in Chartres, was te doen.
Maar nu ga ik, waar mijn lust mij leidt.
t zij goed of kwaad, God zij geprezen.
Kortom, mijn vrienden, goed gespeeld,.
onovertroefbaar. Hier ben ik weer.
Gaarne geschreven en goedgekeurd,
De eerste dag van de bloeimaand mei:
Ik ben vrij.
Gedaan, vertaald en toegelicht, 1 mei 2024, Dick Wursten,
Buste van Clément Marot, Cahors (1904)
https://e-monumen.net/patrimoine-monumental/monument-a-clement-marot-cahors/


Bronvermelding voor nieuwsgierigen

zie onderaan de parallel gepubliceerde uitgebreide pagina


Voetnoten

  1. Veelal verbeterd tot ‘parc’. Dan is er een verwijzing naar de gevangenis. Het origineel – door Marot opnieuw geautoriseerd in 1538 – corrigeert ‘parc’ in ‘per’. Een kaartterm? Of short for ‘peril’?. Men weet het niet. Meer info op de pagina
  2. Franse uitdrukking voor de eerste week van mei