Welkom in Vézelay

De schoonheid van de basiliek van Vézelay is een wonder. Je hebt geen geloof of kennis van zaken nodig. Je hoeft enkel onder het tympaan door, de kerk binnen te gaan en het geheel op je laten inwerken. Wat je vervolgens niet moet doen is met een toeristische gids in de hand de kerk doorwandelen en met een verrekijker alle kapitelen bekijken. De meesten zeggen (ons) niets. En je krijgt er gegarandeerd pijn in de nek van. Neen, het geheim van de basiliek is dat ze samenspant met het licht, ze is een vriendin van de zon. Als de zomerzonnewende nadert kun je tegen het middaguur zelfs via het licht opgaan naar het Licht:

Dat wil zeggen: als je de kerk in mag…. Want als je je omdraait, zie je dit:

midzomernachtsdroom in Vézelay vanuit het koor (of is het nachtmerrie?)

Echter daarom niet getreurd: Laat de obsessie voor het uitzonderlijke de vreugde om het gewone toch niet verhinderen: Ga gewoon wanneer het u uitkomt… en geniet, want het gebouw (kleuren, licht, verhoudingen) is altijd mooi. Trouwens: de hele week voor of na de zonnewende zie je het ook, alleen niet meer zo precies in het midden. En: rond de dag-nacht-evening (lente/herfst) belichten de stralen van de middagzon de kapitelenrij. Dat kan geen toeval zijn. Daar moet iemand de hoek/stand van de zon hebben berekend.

licht in vezelay - ecliptica
afbeelding van de webpagina van Michel Lacos (studie Paul Gagnaire). De link boven de afbeelding in de tekst.

Dit zonnepad is overigens nu ook weer niet zo uniek als men soms suggereert. Bijna alle romaanse (en gothische) kerken hebben een muur op het Zuiden en vaak hoge vensters. Het zou zelfs zomaar per ongeluk kunnen lukken, want het is een kwestie van verhouding hoogte-breedte van de kerk – positie van de ramen.1 Terzijde: dit fenomeen is inmiddels al bijna 900 keer voorgekomen, maar is pas sinds 1976 een attractie. De toenmalige vicaris van Vézelay, Hugues Delautre (1922 – 2008, franciscaan) vond het zo opvallend en betekenisvol, dat hij het wereldkundig heeft gemaakt; waarvoor dank!

De kerk is altijd mooi, ook in de donkerste weken van het jaar – als de zon eigenlijk nog maar nauwelijks boven de horizon uitkomt. Ook dan heeft Vézelay een verrassing in petto: Rond de middag wordt dan door de midwinterzon een kapitelenrij in het zonnetje gezet die je misschien nog nooit gezien had: Daar hoog in de kerk, waar de ribben van het gewelf/dak beginnen.

Winterzonnewende, middaguur
4-marches-lumiere-web-

Wat erop staat, wat er is uitgebeeld: je moet al arendsogen hebben, wil je het zien. 2

Onderstaand filmfragment brengt je in de winter in de donkere voorhal, waar de gids de deur opendoet (France 2)

De narthex

En dan, even een stap terug, de narthex, de donkere voorhal… Het contrast doet ertoe, is bewust.

De grote hal met galerijen, geeft via drie portalen (elke met hun eigen tympaan) uit op de kerk. Je moet er doorheen, d.w.z. onderdoor … dat betekent dat je hun betekenis meeneemt als je opgaat naar het licht, doorheen de poorten. Dat was de bedoeling van de bouwers en beeldhouwers (sculpteurs). Bezoekers vandaag – de pelgrims gisteren. Er schijnen trouwens ook toen al ‘gidsen’ zijn geweest (in de Middeleeuwen) om duiding te verschaffen voor de minder geleerden onder de pelgrims/bezoekers. De pelgrims kwamen overigens niet voor het gebouw, ook niet voor de lichtsymboliek, maar voor de relikwie van Maria Magdalena. Vaak begonnen ze hier aan hun bedevaart naar Santiago de Compostella. De grote hal werd zelfs speciaal voor hen gebouwd, ergens tussen 1120-1135.

Timpaan

De tympaan boven de hoofdpoort is een van de fraaiste en sterkst uitgewerkte voorbeelden van de Romaanse kunst. Echt een ‘meesterwerk’, een chef d’oeuvre. Ook de afbeelding intrigeert. Christus staat centraal, tronend in heerlijkheid (gevat in een mandorla – amandelvorm: duidt op een verheerlijkt lichaam, ‘aan gene zijde’). Alleen is dit geen doorsnee Christus. Vézelay is the odd one out temidden van andere vroeg-twaalfde eeuwse timpanen (nabij : Autun, ver weg: Moissac, Conques: Altijd het laatste oordeel, met links van hem de verdoemden en rechts de gelukzaligen). Dat is hier niet het geval. Het tympaan is ook interessant door wat er in de halve bogen rond de centrale afbeelding te zien is: De hele wereld, met allen die daarop wonen. Nieuwsgierig? Hier kunt u een beschrijving lezen van wat er te zien is, en een emeritus professor vroeg-middeleeuwse kunst en cultuur Conrad Rudolph meent dat in deze voorstelling wordt samengevat Christus van ‘kosmische’ betekenis is. Hiervoor vouwt hij de halve cirkel van het tympaan open tot een volledige cirkel: (afbeelding overgenomen met toestemming van prof. Conrad Rudolph)

Dick Wursten

Blaise Pascal over lichamelijk lijden

Divers traitez de piété

Cologne [Paris ?], Balthazar d’Egmondt, 1666.
Bibliothèque nationale de France, Réserve des livres rares, RÉS P-D-183
© Bibliothèque nationale de France
[onderaan de pagina een PDF van deze editie, die u kunt doorbladeren en desgevallend zelfs lezen. You never know]

Toelichting (uit de catalogus van een tentoonstelling):

Le trente-deuxième et dernier chapitre de l’édition des Pensées de 1670 est occupé par la Prière pour demander à Dieu le bon usage des maladies, l’une des plus hautes expressions de la « spiritualité pascalienne de l’anéantissement » (Gouhier 1986). Dans la continuité de sa méditation sur l’entrée du Christ dans son agonie au Jardin des Oliviers, Pascal y rapporte à la figure du Christ de douleur tout l’effort d’imitation du Christ qui anime la vie du chrétien : « Faites, ô mon Sauveur, que si mon corps a cela de commun avec le vôtre, qu’il souffre pour mes offenses, mon âme ait aussi cela de commun avec la vôtre, qu’elle soit dans la tristesse pour les mêmes offenses ; et qu’ainsi je souffre avec vous, et comme vous, et dans mon corps, et dans mon âme, pour les péchés que j’ai commis. »
Vraisemblablement composée en 1659 ou 1660, et non pas au lendemain de la « première conversion » de Pascal comme le croyaient les éditeurs de 1670, l’œuvre tranche sur les Pensées par son achèvement et l’ampleur du style. Pascal la destinait de toute évidence à une publication, qui n’intervint toutefois qu’après sa mort : elle parut pour la première fois, de manière anonyme, en tête du recueil des Divers traités de de piété imprimé sans doute à Paris mais publié sous l’adresse fictive de Balthazar d’Egmondt à Cologne. Le livre réunissait un ensemble de méditations et d’oraisons à l’usage des religieuses de Port-Royal. La fausse adresse s’explique par les circonstances de la publication : le conflit qui opposait Port-Royal au pouvoir royal et ecclésiastique autour de la signature du Formulaire battait son plein et avait conduit en juillet 1665 à l’expulsion des religieuses réfractaires du monastère de Paris, regroupées par force dans celui des Champs. Une copie de la Prière de Pascal se trouvait probablement parmi les « deux ou trois coffres de papiers » que, selon le récit de Racine dans son Abrégé de l’histoire de Port-Royal, les religieuses « confièrent à M. Arnauld lorsqu’elles furent dispersées » et d’où l’on tira, dans les années suivantes, la matière de plusieurs éditions subreptices de textes port-royalistes. En 1670, les éditeurs indiquèrent que la prière avait été « déjà imprimée deux ou trois fois sur des copies assez peu correctes ». Trois éditions antérieures sont aujourd’hui connues : le texte de 1666 fut réédité sans doute peu après, dans une édition sans date portant elle aussi l’adresse fictive de Balthazar d’Egmondt à Cologne – et au titre de laquelle est inscrit le mot de saint Augustin, « Prenez et lisez » –, puis en 1669 à Châlons en Champagne à l’instigation de l’évêque janséniste du lieu, Félix Vialart de Herse. Les quelques différences textuelles entre ces éditions et celle de 1670 tiennent vraisemblablement au fait que les éditeurs ont utilisé une copie manuscrite  ; mais en dépit de ce que déclare leur avertissement, ils se sont également servi de l’édition de 1666, beaucoup moins incorrecte qu’ils ne le laissaient entendre.

Katrina’s Sun-dial

Hours fly & Time is

Beide gedichten staan onder de heading ‘Katrina’s sun-dial’, gelegenheidsgedichtjes van Henry Van Dyke. Ze zijn afgedrukt in de bundel Music and other Poems uit 1919 (zie afbeelding hieronder). Het tweede gedichtje Time is staat op het ‘Memorial’ voor de Britse slachtoffers van de terreuraanslag van nine-eleven (11/9/2001)

Hours fly,
Flowers die:
New days,
New ways:
Pass by !
Love stays.

Time is
Too Slow for those who Wait,
Too Swift for those who Fear,
Too Long for those who Grieve,
Too Short for those who Rejoice;
But for those who Love,
Time is not.