Looft God gij christnen, maakt hem groot

Een kerstlied voor de kinderen in Joachimstal

Van dit prachtige kinderlied voor Kerst (en wie is er met Kerst geen kind?) hieronder alle acht coupletten. In hedendaagse zangbundels (kerk en privaat) vindt u maximaal 6 coupletten. Jammer, stelde ik vast, toen ik de ontbrekende opzocht. Vandaar de volledige tekst met vertaling hieronder. De verdwenen verzen zijn de coupletten 4 en 5. Tekst en melodie is van cantor-schoolmeester Nicolaus Herman (ca. 1550) uit St-Joachimstal (nu Jáchymov – Tsjechië). Dit Duitse ‘Weihnachtslied’ is tot in Frankrijk bekend en geliefd: noel allemand… (zoek daar maar eens naar samen met ‘Corrette’ …)

Duits (ca. 1550)
Nikolaus Herman

oudste tekstversie (incl. spelling)
Nederlandse vertaling

1. Lobt Gott, ir Christen, alle gleich,
In seinem höchsten thron,
Der heut schleust auff sein Himelreich,
Und schenckt uns seinen Son,
Und schenckt uns seinen Son.
Looft God, gij christnen, maakt hem groot
in zijn verheven troon,
die nu zijn rijk voor ons ontsloot,
en schenkt aan ons zijn zoon,
en schenkt aan ons zijn zoon.
2. Er kömpt aus seines Vaters schos
Und wird ein Kindlein klein,
Er leit dort elend, nackt und blos
In einem Krippelein,
In einem Krippelein.
Hij daalt uit ‘s Vaders schoot terneer
op aard’ om kind te zijn,
een kindje arm en naakt en teer,
al in een kribje klein,
al in een kribje klein.
3. Er eussert sich all seiner gewalt,
Wird nidrig und gering
und nimpt an sich eins knechts gestalt,
Der Schöpffer aller ding,
Der Schöpffer aller ding.
Verzakende zijn macht en recht
verkoos hij zich een stal,
neemt de gestalt’ aan van een knecht,
de schepper van ‘t al’,
de schepper van ‘t al’.
4. Er leit an seiner Mutter brust,
Ir milch, die ist sein speis,
An dem die Engel sehn irn lust,
Denn er ist Davids reis,
Denn er ist Davids reis,
Zijn moeder legt hem aan de borst,
haar melk, die lest zijn dorst,
de engelen zien hem en zijn blij,
want David’s loot is hij,

want David’s loot is hij,
5. Das aus sein stamm entspriessen solt
In dieser letzten zeit,
Durch welchen Gott auffrichten wolt
Sein Reich, die Christenheit,
Sein Reich, die Christenheit.
die uit zijn stam ontspruiten zou
in deze laatste tijd,
zodat op aarde bloeien zal
Gods heerlijk koninkrijk
,
Gods heerlijk koninkrijk.
6. Er wechselt mit uns wunderlich,
Fleisch und Blut nimpt er an
und gibt uns inn seins Vatern reich
die klare Gottheit dran,
die klare Gottheit dran.
Hij ruilt met ons zo wonderbaar,
neemt aan ons vlees en bloed.
Nu straalt ons uit het hemelrijk
Gods glorie tegemoet,
Gods glorie tegemoet.
7. Er wird ein Knecht und ich ein Herr,
das mag ein Wechsel sein,
Wie könnd er doch sein freundlicher,
Das herze Jhesulein,
Das herze Jhesulein.
Hij wordt een knecht en ik een heer,
wat win ik veel daarbij!
Waar vind men zoveel gulheid weer,
als Jezus heeft voor mij,
als Jezus heeft voor mij.
8. Heut schleust er wider auff die thür,
zum schönen Paradeis,
der Cherub steht nicht mehr darfür.
Gott sey lob, ehr und preis,
Gott sey lob, ehr und preis.
En nu ontsluit Hij weer de poort
naar ‘t schone paradijs.
De cherub staat er niet meer voor.
God zij lof, eer en prijs!
God zij lof, eer en prijs!

mengeling van
1 2 3 : J.J. Thomson, 1938
7 8: C.B. Burger, 1973
4 5 6 : Dick Wursten, 2025

4de en 5de couplet

In ‘verlichte’ tijden vond men het vierde couplet nogal primitief — of aanstootgevend: het kind dat aan de moederborst wordt gelegd en melk drinkt: Pudeur. ‘t Zal wel in de 19de eeuw geweest zijn. Toen moest alles wat met geloven te maken hebben geestelijk en verheven zijn. Tsja, het leven is dat ook niet. De kracht van het lied ligt juist in de geslaagde aansluiting (sentiment en strekking) bij het Kerstfeest met z’n concrete emotionaliteit (‘t kindeke in de kribbe, Maria, de stal), terwijl het tegelijk de betekenis hiervan verwoordt zonder te gaan preken. God werd ècht mens, komt naar ons toe, en het is precies dàt wat ons redt, want alleen zo komen wij dichtbij God. Geen theorie, geen theologie, maar gezongen exegese. Er zijn maar weinig (kerst)liederen die daarin slagen. Hieronder eerst de tekst, dan wat toelichting. Vervolgens iets over de dichter (Nicolaus Herman) en de plaats van ontstaan (de dorpsschool van het mijnstadje Joachimstal).

titelpagina van de eerste versie van dit lied, het eerste van 3 kerstliederen ‘voor de kinderen in Joachimstal’

Toelichting op de tekst

Hoe eenvoudig dit lied ook is, toch is het een en al Heilige Schrift wat u hoort (met een Luther’s accent, m.n. in 6 en 7: ‘De vrolijke ruil’). De ‘incarnatie’, daar gaat het om, maar dan niet abstract-theoretisch, speculatief, maar concreet: God wordt mens, en niet een beetje, halfslachtig, neen: ècht, waarachtig mens. En daar mag je God wel voor danken, want alleen zo komen die twee bij elkaar : Looft God, gij christenen…
– In couplet 1 wordt de boodschap al verklapt: Door de komst van Jezus (de zoon) gaat de poort van het hemelrijk open. NB: ‘schleusst auf’ de hemelpoort, in het laatste couplet idem, maar dan de poort van het paradijs.
– In de coupletten 2-4 wordt dit heel plastisch beschreven en tegelijk geduid (zonder schoolmeesterachtig te worden, knap!) door de armoe en naaktheid te koppelen aan Filippenzen 2:5-11 (het lied van de Mensenzoon, die zijn goddelijke macht aflegt en mens wordt, inclusief de kwetsbaarheid, de pijn.

– In couplet 3 wordt deze tekst letterlijk geëvoceerd, in werkwoord en beeld: Entäussern, Gestalt, Knechtes, niedrig. God legt zijn god-zijn af, ziet af van zijn privileges: ontlediging (‘kenosis’ in het Grieks) en wordt een mensenkind, hij neemt de knechtsgestalte aan, wordt mens. Uniek christelijk gedachtegoed, zich zó “god” denken.
– In couplet 4 komt Maria in beeld, en de profetie uit Jesaja: de afgehouwen tronk van Jesse (Isaï, David’s vader) moet weer gaan bloeien. Een kerstklassieker (uweetwel met de ‘Reis‘ en de ‘Roos‘ die ontsprongen is uit Jesse’s stam). NB: dat kerstlied waaraan u nu denkt, bestond toen nog niet, maar de symbolische uitleg (virga Jesse floruit – Maria bloeit open in een zoon).
– in couplet 5 wordt dit ontvouwd (expliciet), waarna
– in couplet 6 de ‘wonderlijke of vrolijke ruil’ van Luther het overneemt. Hij wordt mens, opdat ik vergoddelijkt wordt, zo zegt Luther het niet helemaal, maar wel zoiets. Herman gaat hierin wel ver: wij krijgen de ‘”klare Gottheit” in de plaats. Het lied zit goed in elkaar. Want dit is inhoudelijk (Filippenzen 2) en aanschouwelijk voorbereid (couplet 2-4).
– In couplet 7 kan de conclusie getrokken worden: Innig en liefdevol zijn zo mens en God (via Jezus, vriend) met elkaar verbonden. Onderschat de emotieve kracht van het volkse Kerstfeest niet.
– In couplet 8 kan de jubel dan losbarsten : Paradise regained: Het lied is ook rond. De poort van de hemel is open, en dus ook die van het Paradijs. De engel die na Eva/Adam’s val de mensenkinderen verhindert daarbinnen te geraken… is weg.

Vierstemmige zetting van J.H. Schein (youtube)

Hier een mooie uitvoering van dit lied, met de toonzetting van J.H. Schein inclusief het vierde couplet (dat uit de gezangboeken is verdwenen). Ze zingen 1, 2, 4, 8. Anderhalve minuut meer en het hele lied had erop gestaan.

Achtergrond: Niclas Herman in (Sankt-)Joachimstal.

Nog iets over de dichter-componist : Nicolaus (of Niclas) Herman (1500-1561). We weten weinig private dingen over deze man, behalve dat hij in de buurt van Nürnberg geboren is, en dat hij op 18 jarige leeftijd in St-Joachimstal is, en wel als leraar aan de Latijnse school. Op zich niet zo bijzonder, ware het niet dat hij dat z’n hele leven zou blijven èn Joachimstal toen nog maar 2 jaar bestond. in 1516 was een rijke zilverader ontdekt in het dal (Thal), en de ontginning was meteen aangevat. Het daarrond ontstane mijnwerkersdorp (industriestadje) werd toegewijd aan St. Joachim. Het was het Klondike van de 16de eeuw.

Nu Jáchymov, op de grens van tsjechië en Duitsland. Landstreek: Bohemen.

De adellijke familie von Schlick (voluit: zu Bassano und Weißkirchen) was de eigenaar van de grond en 10 jaar later een van de rijkste families in Bohemen, tot Ferdinand (koning van Bohemen, later keizer…) zich ermee begon te moeien. Graaf Stephan Schlick was in dezen het meest actief. Zijn wapenschild staat ook vaak op de zilveren munten die uit het erts geslagen werd: de munt uit Joachimsthal, de Joachimsthaler. Hieronder een afbeelding van de tweede reeks Joachimthalers. Het is een Guldengroschen “Joachimsthaler” uit 1525.

centraal: S I – Sant Joachim. Daaronder diverse wapens. / keerzijde de leeuw van Bassano
in de rand (de afkortingen voluit – begin te lezen bovenaan rechts):
links: Arma Dominorum Slickorum Stefani Et Fratrum Comitum De Bassano
rechts: Ludovicus Primus Dei Gratia Rex Bohemiae.
bron: https://nl.numista.com/86643

Hij vertrouwde de ontginning van de mijn toe aan een ‘mijn-hoofdman’ (BergHauptmann; in het Duits is Bergwerk=Mijnbouw). Heinrich von Könneritz, tevens muntmeester, die naast regelgevend werk, en opzicht, ook het metallurgisch onderzoek bevorderde (o.a. door samenwerking met Georg Bauer, beter bekend als Agricola, de ‘vader van de moderne mineralogie’). Zijn vrouw Barbara von Breitenbach was dan weer zeer actief bij de constructie van het sociale weefsel van deze nieuwe ‘samenleving’. Könneritz leidde de exploitatie in goede banen en binnen 20 jaar groeide Joachimstal uit tot de tweede stad van Bohemen en telde meer dan 20.000 inwoners. Alle genoemden waren bekend met Luther en zijn gedachten en het genoemde echtpaar was zelfs goed met hem bevriend, en hield — gezien een bemoedigende brief van Luther uit 1524 aan Nicolaus Herman — in moeilijke tijden ook de cantor-schoolmeester Nicolaus Herman de hand boven het hoofd. Luthers vader was trouwens… mijnbouwer.

Silver medal commemorating Stephan von Schlick, the founder of Joachimsthal, no year (after 1526), unsigned by Wolf Milicz. Dedicated by Stephan’s widow in commemoration of her husband’s death in the Battle of Mohács of 1526. Probably the second specimen on the market. Extremely fine. Estimate: 15,000 euros. From Künker auction 418 (29 January 2025), No. 413.
Zilveren penning uit Joachimstal ter herinnering aan Stephan von Schlick (na 1526). Vervaardigd in opdracht van Stephans weduwe ter gedachtenis aan de dood van haar echtgenoot in de Slag bij Mohács in 1526. https://new.coinsweekly.com/coins-medals-more/joachimsthal-and-the-reformation/

Zilveren penning uit Joachimstal (1531) toegeschreven aan Hieronymus Magdeburger, die ook talrijke ‘evangelische munten’ graveerde, de numismatische evenknie van Niclas Herman.
Links het (bijna)offer van Isaac door zijn vader, rechts het voltrokken offer van Christus door zijn Vader. Een van die — eigenlijk nogal schokkende — standaard christelijke typologieën. Op deze pagina – tevens de bron – vindt u meer uitleg en voorbeelden (English)

De daalder

De zilveren munten die daar geslagen worden, zijn al snel de ‘gouden standaard’ in het hele (Habsburgse) Rijk: Joachimsthaler, al snel afgekort tot ‘Thaler‘ (een volle thaler: ca. 25g zilver). Je mag dit ook letterlijk nemen: Deze in zilver geslagen munt vervangt als courant betaalmiddel al snel de ‘gulden’.1 In onze contreien heeft zo’n Thaler de waarde van 30 stuivers, dat is 1,5 gulden, de daalder (nu enkel nog spreekwoordelijk: Op de markt is uw gulden een daalder waard…netzoveel trouwens als de eerste slag). Later komt er ook nog een upgrade tot 50 stuivers: de rijksdaalder 2,5 gulden. Op dat ‘Rijk’ hadden de Hollanders het niet zo, want dat was het Heilige Roomse Rijk der Duitse natie (Karel V, Filips II etc.) en als ze overzee hun goederen verhandelden, sloegen zij hun eigen daalders, zonder ‘kop’, maar met een leeuw erop: de leeuwendaalder… Engelsen konden daalder of thaler niet goed uitspreken en maakten er dan maar dollar van. Gelooft u het niet: Lieven Scheire zegt het ook: (Joachimstaler > Thaler > Daalder > Dollar. facebook). Het kan trouwens nog korter: in het Tsjechisch is een thaler een tolar, tot 2007 de munteenheid van Slovenië.

Back to business: Belangrijk in dit alles is, dat in deze ‘nieuwe samenleving’ in Bohemen (dus toch al niet zo ‘rooms-gezind’) zowel de politieke, economische als ambachtelijke leidinggevenden van meet aan op z’n minst sympathiseren met de Lutherse Reformatie. De eerste kerk wordt nog wel (net als het dorp) toegewijd aan St Joachim, maar in 1522 wordt er al een “Evangelische Kerkorde” ingevoerd, de eerste in Bohemen. Van de bisschop is er geen spoor meer te bekennen. De machthebbers (m.n. graaf Stephan Schlick en de Berghauptmann Könnewitz) slaan de handen ineen en nemen zelf — met intellectuele, morele en personele ondersteuning vanuit Wittenberg — de organisatie ter hand. Ze waken over de inrichting van de eredienst, nemen de verantwoordelijkheid over voor de andere maatschappelijke functies die de roomse kerk (of orden) vervulden: school, armenzorg, ziekenverpleging.

De school

Jongens konden dus naar de Latijnse school gaan, naar meester Herman. Toelatingsvoorwaarde: kunnen lezen, schrijven. Dat kon je zelf leren (thuis) of op de Duitse school. Beide stedelijke en kerkelijke instellingen ineen. Instroom in de Latijnse school was zo ongeveer vanaf 7 jaar. Logisch: de hersenen ontwikkelden zich toen netzo als nu. Op die school werden de jongens opgeleid voor hogere studies of een baan in de publieke sector (de slimmen waren tegen hun 12de al klaar, maar het kon ook 16-17 worden. Dan konden ze naar de universiteit). Cantor Nicolaus Herman is z’n leven lang schoolmeester geweest van de ‘onderbouw’ op de Latijnse school (net als Bach!). Hij heeft die school waarschijnlijk zelf mee uit de grond gestampt, en mogen werken met twee briljante en ondernemende rectors (die de bovenbouw voor hun rekening namen) : Eerst Stephan Roth, een goede vriend van Luther, afkomstig uit Zwickau, waar hij ook weer heen terugkeert. Hij wordt daar stadssecretaris, en de stuwende kracht om de Hervorming daar ‘deftig’ in te voeren. Een strijd tussen radicale protestanten en behoudsgezinde katholieken kan worden vermeden. De tweede is Johann Mathesius, student van en bevriend met Luther. Hij heeft bij hem ingewoond en gestudeerd, bekend ook als uitgever van diens preken en vooral de ‘Tischreden’. Eerst is hij rector, later wordt hij Pfarr-herr (Pfarrer) van Joachimstal. Het stadje kent een pijlsnelle economische en demografische groei.

Zilvermijn in Joachimstal, 1548 (Duitse fototheek, wiki). De titel verwijst naar de vrijheidsrechten die deze nieuwe stad ook had verworven.

liederen voor de kinderen van Joachimstal

Niclas Herman is een fan van Luther, en helemaal als hij diens publicatie “AAN DE RAADSLEDEN VAN ALLE STEDEN VAN DUITSLAND DAT ZIJ CHRISTELIJKE SCHOLEN MOETEN OPRICHTEN EN IN STAND HOUDEN” uit 1524 leest. 2 Iedereen moet onderwijs worden aangeboden, zegt Luther, jongens èn meisjes, en de ouders moeten worden aangespoord (bijna verplicht) om van dat aanbod gebruik te maken: onderwijs als mensenrecht. Goede ouders (en dus: de overheid) volstaan toch ook niet met enkel lichamelijk voedsel aan hun kinderen te geven. Die voorzien ook geestelijke (op)voeding. Daarbij moet de overheid haar verantwoordelijkheid nemen en scholen oprichten. En zij moet er ook op toe zien dat alle kinderen daar naar toegaan (naartoe kùnnen gaan), jongens èn meisjes. In 1518 is er dus al een Lateinschule (jongens) in Joachimstal, en even later ook een meisjesschool, met een vrouwelijke directrice: Magaretha Heldin. Niclas Herman prijst haar in het voorwoord van zijn verzamelbundel. Daar onthult hij ook dat hij met name voor haar en haar leerlingen zijn liederen heeft geschreven. Hun bijbelkennis en zang had grote indruk op hem gemaakt (De tekst van die passage uit dat voorwoord kunt u hier lezen. Kortom: Leren lezen, leren rekenen (mathematica) èn muziek. Iedereen moet dat kunnen/kennen. Een leraar moet dus ook kunnen zingen (muziek maken), vindt Luther. En de jongens onder hen moeten met de polyfonie vertrouwd gemaakt worden, want zij vormen de ‘Cantorey’ (dat is dus in Bach’s tijd nog steeds zo: de Thomasschool). Zij moeten Latijnse motetten en (later) Duitse composities kunnen zingen, tijdens de vieringen op school, maar ook in de kerk (doordeweeks en zeker op zondag). Herman blijkt trouwens een vooruitstrevende leraar te zijn. Hij is ervan overtuigd dat de mensen willen leren. Hij hekelt lijfstraffen, pleit voor een motiveringspedagogiek, en stelt – zeker wat het godsdienstonderwijs betreft – een zingend curriculum voor. Hij biedt het zelfs aan. Alle bijbelverhalen op tekst en muziek gezet: Die SontagsEvangelia über das gantze Jahr in Gesänge gefasst für die Kinder und christlichen Hausväter

Hier een editie uit 1561 van dit lied. (uit de bundel met liederen bij de evangelieverhalen) Nog steeds staat eronder, wat ook in de eerste druk (als ‘flyer’ met 3 kerstliederen, z.b.) op de titelpagina stond: für die Kinder im Jo(a)chimstal

Bekendste liederen

En zeker rond de grote feesten, moet er wat te zingen zijn:

  • met Kerst dus: Drey Geistliche Weinacht Lieder, vom Newgebornen kindlein Jhesu, für die kinder im Joachimstal is waarschijnlijk zijn eerste publicatie (de zetter heeft wel een potje gemaakt van de teksten). Ons lied is hier het eerste (Liedboek, gezang 147).
  • En met Pasen: “Erschienen ist der herrlich Tag” (gezang 200) – prachtige melodie en ook een zeer leerrijke tekst (helaas ook niet meer aanwezig in de huidige gezangboeken). Voor meer info klik op de melodie:
  • En ‘s ochtends en s’avonds: Die helle Sonn leucht’ jetzt herfür” (gezang 373), “Hinunter ist der Sonnen Schein” (384)en “Ach bleib bei uns, Herr Jesu Christ” (gezang 316).
  • En als je op sterven ligt (want de kinderen werden niet oud, nemen de liederen mee naar huis): “Wenn mein Stündlein vorhanden ist” (gezang 270). Het laatste couplet is ook vaak apart geciteerd en op muziek gezet (“Weil du vom Tod erstanden bist…” – Schütz musicalische exequien). Het koraal is nog getoonzet door Schumann, in z’n laatste levensjaar, toen hij opgenomen was in de kliniek. De laatste maand was hij bezig met de bijbel en het liedboek. Meer info: klik hier

Herman’s teksten en melodieën zijn eenvoudig, maar niet simplistisch. Een goed voorbeeld is het onderwerp van deze pagina, maar dat geldt ook voor de andere genoemde liederen. Over de berijming van de bijbelverhalen kun je twisten, maar dat was dan ook puur onderwijsmateriaal, 4 of 7 regels, met een lijst met melodieën die geschikt zijn. Deze bijbelse-verhalende-liederen heeft hij tegen het eind van zijn leven gemaakt en gebundeld, toen hij ziek thuis zat (geplaagd door hevige en zeer pijnlijke jicht). Het voorwoord tekent hij met Niclas Herman, der alte cantor…. Ze zijn na zijn dood uitgegeven en talloze malen herdrukt. Even terzijde: dus niet bestemd voor de kerkdienst (liturgie), maar voor alle vormen van ‘godsdienstoefening’ daarbuiten.

portret

Hier een portret, gemaakt in zijn laatste levensjaar (1560: corpus vexabat podagra… staat er in het gedicht: zijn lichaam gekweld door de jicht. Je kunt het ‘m aanzien). Hij houdt een lied van zijn hand in de hand:

De muziekrol bevat de eerste regel van zijn berijming van de brief aan de Corinthiërs, waarin hij (met Paulus) de neiging tot afscheuring, sectarisme bestrijdt. Het eerste couplet:

Sant Paulus die Corinthier
hat unterweist in rechter lehr,
sobaldt er aber von in kam,
da fingen sich vil seckten an.

Boven zijn hoofd staat: Vox amici vox Dei: de stem van een vriend is de stem van God…

Dick Wursten (Kerst 2025)

P.S. Ad den Besten over Herman

Vertaler en liedboekdichter Ad den Besten schrijft aan het eind van zijn biografische notitie in het Compendium bij het Liedboek, over Nicolaus Herman:

Na Luther is Nikolaus Herman veruit de meest gezongen dichter van geestelijke liederen uit de 16de eeuw geweest. De heldere eenvoud van zijn teksten, hun kinderlijke, maar nergens kinderachtige toon, hun menselijke warmte, hebben gemaakt, dat zij een veel algemener betekenis kregen dan Nikolaus Herman zelf ooit heeft verwacht. Hij was met andere woorden een veel beter dichter en componist dan hij zelf heeft geweten.

Gaudete ! Steeleye Span en de musicologen

Hoe een middeleeuwse deuntje een hit werd

Iedereen die in een koor zingt of gezongen heeft kent het vast wel (en anders van ‘horen zingen’) : het Latijnse kerstlied Gaudete … Het klinkt zo heerlijk middeleeuws en mystiek, temeer omdat je niet verstaat wat je zingt. Toch altijd weer een surprise dat de a-capella versie van Steeleye Span het meer dan 50 jaar geleden tot nr. 14 van de Engelse hitparade heeft geschopt (december1973):

Minder bekend is dat de tekst en melodie van dit lied (m.n. van de 4 coupletten) de 20ste eeuwse uitvoerders voor een probleem plaatsen, want in de oudste bekende druk (1582, Piae Cantiones) staan mooi de vier stemmen van het refrein genoteerd, maar bij de vier coupletten staan geen muzieknoten:

Dat heeft aanleiding gegeven voor een stroom aan suggesties, improvisaties, al dan niet gestaafd door bronnenonderzoek. Daarover straks nog wat.

Het lied begint aan zijn tweede leven (revival) in 1910 als de Anglicaanse priester/musicus James Woodward de Piae Cantiones (selectie) opnieuw uitgeeft (in een ‘fijne authentiek aandoende renaissancistische’ druk):

Zijn bedoeling was dat ze gezongen zouden worden (in kerk en school), dus moest hij ook een melodie voorzien voor de coupletten. Hij doet een voorstel (de melodie van Good king Wenceslas, trouwens) maar dat wordt geen succes. De doorbraak van dit lied komt er als de Clerkes of Oxenford (o.l.v. David Wulstan) in 1966 een KerstLP uitbrengen met o.a. dit lied (kant B, nr. 6).

Dit is ongetwijfeld de meest bekende versie. Wulstan gebruikte een andere melodie dan Woodward had voorgesteld, en vergat te vermelden wat, waarom en hoe. Pas later werd duidelijk dat hij wel degelijk echt musicologisch speurwerk had gedaan. De melodie die hij liet zingen was afkomstig uit een Praags handschrift waar ze genoteerd staat bij een lied waarvan het 1ste couplet gelijk was aan het 3de van Gaudete. (het couplet over de poort van Ezechiel, zie onder). Een aardig détail is dat Steeleye Span, toen zij het lied ook wilden proberen, natuurlijk eerst grepen naar Wulstan’s versie, maar het begin en het eind hen blijkbaar niet goed beviel (of lag) en het hebben aangepast. Vandaar dat hun versie op de webpagina van Elam Rotem (Early Music Sources) netjes is getranscribeerd en naast Spangenberg (een oude versie van de melodie) en Wulstan is opgenomen :

Nieuwsgierig geworden naar het hele verhaal: kijk/luister dan naar de glasheldere uiteenzetting over dit lied van Elam Rotem op het Youtubekanaal van Early Music History. Leert u tegelijk heel wat bij over musica ficta (want de charme van het refrein, Gaudete, is dat die ontbreekt. Snapt u niet wat ik bedoel, kijk dan zeker naar de video). De 20ste eeuw begint daar bij 10:19.

Tekst

Gaudete (1582) Letterlijk English (2016) – zingbaar
Gaudete, gaudete!
Christus est natus
Ex Maria virgine,

gaudete!
Verheugt u!
Christus is geboren
uit de maagd Maria,
verheugt u!
Be joyful! Sing with joy!
Born is the Savior
from the Virgin Mary’s womb:

Be joyful!
Tempus adest gratiae,
hoc quod optabamus,
Carmina laeticiae
devote reddamus.
De genadetijd is er,
waar we zo naar uitkeken;
Laten we blijde liedjes
aanheffen, toegewijd.
At this time of holy grace,
for which we were yearning,
In devotion let us sing,
hymns of joy returning.
Deus homo factus est
Natura mirante,
Mundus renovatus est
a Christo regnante.
God is mens geworden,
de natuur stond versteld,
De wereld is vernieuwd
door Christus die regeert.
God is made a man today;
Nature lies in wonder.
Christ the King renews the world
that was put asunder.
Ezechielis porta
clausa pertransitur,*
Unde lux est orta,
salus invenitur.

Er is door de gesloten poort
van Ezechiël * gegaan,
vanwaar het licht opgaat,
en het heil wordt gevonden

vrijer:
Ezechiels poort is dicht,
maar hij ging erdoor,
waar het licht opgaat,
daar laat het heil zich vinden.

Fastened was Ezekiel’s gate,
yet he entered through it;
So the light the world has found,
bringing mercy to it.

Ergo nostra concio
psallat iam in lustro,
Benedicat Domino,
salus Regi nostro.
Laten wij dus samen
psalmzingen op dit feest,
Geprezen zij de Heer,
Heil aan onze koning!
Therefore let us all rejoice,
singing to acclaim Him
Here we greet and bless the Lord,
and our King we name Him.
Dick Wursten Carol Anne Perry Lagemann
(CC BY SA 4.0)

* de ‘gesloten poort van Ezechiel’ is een klassieker uit de Marialogie rondom Christus’ geboorte. Een typisch voorbeeld van allegorische uitleg (annexatie) van de Hebreeuwse bijbel voor christelijke doeleinden: De profeet Ezechiël heeft (zoals Johannes in de apocalyps) een visioen van wat er aan het einde der tijden zal gebeuren. Hij ziet God komen en zijn huis (de tempel) binnengaan door de Oostelijke Poort (‘waar het licht opgaat’, de orient. Daarom krijgt Ezechiël te horen (vers 2 van hoofdstuk 44): En de HEER zei tot mij: Deze poort zal gesloten blijven; zij zal niet geopend worden en niemand mag daardoor binnengaan, want de HEER, de God van Israël, is daardoor binnengegaan; daarom moet zij gesloten blijven. Weet u meteen waar de tekstschrijver van Monteverdi (Maria vespers) de mosterd vandaan haalde voor zijn echo aria: Porta orientalis.

  • de tempel = Maria’s moederschoot
  • de Heer die binnengaat = de conceptie, incarnatie
  • de poort die gesloten blijft = altijd maagd (ook post partum)

Zo ziet u maar dat de Schrift – mits handig uitgelegd – de meest wonderlijke dogma’s kan bewijzen.

Advent 2025, Dick Wursten


NOG WAT KERSTMUZIEK

Netanyahu: Sinwar’s marionet…

Zelfs postuum trekt Sinwar nog steeds aan de touwtjes… Vertaald fragment uit een opiniestuk in Ha’aretz van 20/9/2025: “In Its Vengeful War in Gaza, Israel Played the Tragic Role Hamas Had Scripted” door Carolina Landsmann.

Samenvatting: Hoe de omgekomen Hamas-leider Sinwar, goed vertrouwd met het zionisme en de Joodse geschiedenis, op alle knoppen van het Joodse trauma drukte (7 oktober 2023) en ook postuum nog steeds aan de touwtjes trekt.


Het doel van Hamas bij de aanval op 7 oktober was niet een militaire overwinning; Hamas beschikt niet over de middelen om die te behalen. Het doel was een Israëlische reactie uit te lokken. De moorddadige aanval van Hamas, genoeg om drie Yad Vashems te vullen, was gepland om Israël het verstand te doen verliezen, tot waanzin te drijven (drive Israel out of its mind).

Het is immers niet alleen “de rechtvaardige die de ziel van zijn dier kent”, zoals het bijbelse boek Spreuken zegt. Ook een Palestijn die in Israël gevangen heeft gezeten, kent de ziel van zijn cipiers.

Sinwar wist dat Joden hun hele leven lang zich voorbereiden op de volgende Holocaust. Daarom organiseert Israël vluchten naar Auschwitz – om te beloven dat er, mocht er ooit nog een Holocaust komen, er ditmaal teruggevochten zal worden, in plaats van als schapen naar de slachtbank te gaan.

Die conditionering werkte, ook al was het slechts tegen “terroristen op slippers,” zoals Netanyahu hen ooit noemde, en niet tegen de nazi-oorlogsmachine. Na de aanval van Hamas was er niemand meer die de poorten van de hel kon sluiten. Tragisch genoeg speelde Israël de rol die Sinwar voor het land had uitgeschreven. Het begon aan een wraakcampagne die zelfs de duivel zich niet had kunnen voorstellen.

En precies daarop had Sinwar gewacht. Hij bouwde niet aan een façade van een genocide, neen: hij deed een volledig berekende zet, die erin bestond zijn hele volk bloot te stellen aan een genocide die Israël zou uitvoeren. De Palestijnse genocide zou de bloedige schaal worden, waarop hun staat zou worden opgediend.

Sinwar, een kenner van het zionisme en van de Joden, drukte op alle knoppen van het Joodse trauma. De notitie die hij achterliet over het nemen van “een berekend risico” kan nu begrepen worden, niet enkel als een risico, maar als een ingecalculeerde genocide.

Afgaand op wat er in de Verenigde Naties gebeurt, lijkt die zet te hebben gewerkt. De wereld ziet een genocide, identificeert Israël als de verantwoordelijke, schiet wakker en komt in actie (Sinwar begreep hoe de wereld in elkaar zit, en weet hoeveel bloed er nodig is om haar te wekken).

Zoals de Holocaust de staat Israël heeft voortgebracht, zo zal deze genocide de Palestijnse staat voortbrengen. Het geweld dat Israël in Gaza pleegt, komt zo als een diplomatieke boemerang terug naar het land.

Nu ook Groot-Brittannië zich aansluit, kan men zich bijna voorstellen dat de geschiedenis opnieuw samenkomt rond het verdelingsplan van 1947. De vraag is of de Arabieren ditmaal zullen besluiten de verdeling te accepteren en zo hun historische vergissing te corrigeren, of dat zij die opnieuw zullen verwerpen. En een minstens zo interessante vraag is of de Israëli’s hun instemming met de idee van een landverdeling zullen behouden, of dat er een rolwisseling zal komen, en zij degenen zullen zijn die het verdelingsplan verwerpen.

Netanyahu meent dat hij de Gazastrook belegert, maar in werkelijkheid blijkt Sinwar de architect te zijn van een diplomatiek beleg van Israël.

[vertaling Dick Wursten]

‘With Immense Pain and a Broken Heart

Leading Israeli Author David Grossman Calls Gaza War a ‘Genocide’

from Haaretz | Israel News 2 august 2025

World-renowned Israeli writer David Grossman said coming to the realization that Israel is committing genocide was extremely painful, but he now has a moral obligation to speak up: ‘I feel an inner urgency to do the right thing, and now is the time to do it’

ROME – David Grossman, one of Israel’s most prominent authors, told Italian daily La Repubblica he has decided to start using the word “genocide” to describe the situation in Gaza.

“For years, I refused to use the word ‘genocide.’ But now I can’t hold back from using it, after what I’ve read in the newspapers, after the images I’ve seen and after talking to people who have been there”, he said in the interview published in the paper’s print edition on Friday.

Grossman said coming to the realization that Israel is committing genocide in Gaza was an extremely painful process on a personal level, but that he now found such conclusion inescapable.

“I want to speak as a person who has done everything he could to avoid having to call Israel a genocidal state. And now, with immense pain and a broken heart, I have to say that it is happening before my eyes. Genocide,” he said.

The Israeli writer went on to say he now feels a moral obligation to speak up.

“I feel an inner urgency to do the right thing, and now it is the time to do it,”

Asked by the journalist about the spiraling death toll in Gaza, he said:

“I feel sick. Even though I know that those numbers are controlled by Hamas and that Israel cannot be solely responsible for all the atrocities we are witnessing. Nevertheless, reading in the newspaper or hearing in conversations with friends in Europe the juxtaposition of the words ‘Israel’ and ‘hunger’; to do so starting from our history, from our supposed sensitivity to the suffering of humanity, from the moral responsibility we have always claimed to have towards every human being and not only towards Jews… all this is devastating”

Grossman’s words come amid growing condemnation of Israel for its actions in Gaza on the international stage, and as several countries, including France and Britain, have pledged to recognize a Palestinian state in the near future.. The use of the word genocide to describe Israel’s war in Gaza is also becoming more common in international intellectual circles. In mid-July, an opinion piece titled “I’m a Genocide Scholar. I Know It When I See It” in the New York Times by Professor Omer Bartov, an Israeli professor of Holocaust and genocide studies at Brown University, made the case for the use of the word genocide. Grossman, who is one of Israel’s most well-known writers abroad, has long been a vocal critic of Israel’s occupation of Palestinian territories. The editor of The New Yorker, David Remnick, recently described him as “the only [living Israeli] novelist with comparable moral authority” to that of the late Amos Oz. In the interview in La Repubblica, he reiterated that he considers Israel’s occupation of the West Bank and Gaza after the Six-Day War as a key watershed moment in the country’s history.

“I am absolutely convinced that Israel’s curse began with the occupation of the Palestinian territories in 1967. Perhaps people are tired of hearing about it, but that is how it is”

Grossman also noted it is critical to ensure those harboring antisemitic sentiments do not “use and manipulate” the word genocide. He also criticized Hamas for turning Gaza into a base for launching rockets into Israel in the aftermath of Israel’s withdrawal in 2005. Minister of Communications Shlomo Karhi and settler leader Daniella Weiss at a march last week calling for rebuilding Jewish settlements in the Gaza Strip. ‘Don’t they remember what happened when we were there?’ askes Grossman. “The Palestinians’ big mistake is that they could have turned the Strip into a thriving place, but instead they gave in to fanaticism and used it as a launching pad for missiles against Israel”, he said. “If they had made the other choice, perhaps this would have prompted Israel to also give up the West Bank and end the occupation years ago”, he said.

Grossman also added that many around the world still fail to understand the magnitude of the trauma of October 7 for Israelis. “Many people still don’t understand what it meant for us. Many people I know [in Israel] have abandoned our common left-wing values since that day; they have given in to fear, and suddenly their lives have become easier, they feel accepted by the majority, they no longer need to think,” he said.

Grossman considers resettling Gaza, as some Israeli ministers advocate, wrong and self-defeating. “I hear people like Smotrich and Ben-Gvir saying that we must rebuild settlements in Gaza, but what are they saying? Don’t they remember what happened when we were there, with Hamas killing hundreds of Israeli civilians, women and children, without us being able to protect them? We did not leave Gaza out of generosity, but because we could not protect our people”, he argued. Looking forward, Grossman said he remains a believer in the two-state solution. As such, he praised French President Emmanuel Macron’s decision to recognize a Palestinian state, that was followed by similar statements by other leaders. “I don’t understand the hysteria it has provoked here in Israel”, he said. Finally, Grossman rejected accusations that Israel’s cultural elites should have taken a stronger stance on what is happening in Gaza a lot faster. “I believe that targeting those who have fought the Occupation for 70 years, who have invested most of their lives and careers in this battle, is unfair”, he concluded.

De kathedralenbouwers: 2 bijlages

horend bij het opstel over dit boek

BIJLAGE 1

Duby over Le temps des cathédrales (chronologische volgorde)

  • Georges Duby, Le temps des cathédrales ( Gallimard 1976) – In het voorwoord vertelt hij het verhaal van Skira tot het boek. Ik citeer de vertaling van Ger Groot uit De kathedralenbouwers (Noordboek 2024).
  • Georges Duby, ‘Préface’ in L’Europe au Moyen Age. Art roman, art gothique (Arts et métiers graphiques 1979). Dit is een rijk geïllustreerd boek dat hoort bij de 9-delige TV-serie (productie 1978-1979, uitgezonden 1980. In het voorwoord vertelt hij het verhaal van Skira tot het boek, aangevuld met wat er gebeurde rond de film en hoe het tot dit boek kwam.
    • 1984 heeft Flammarion dit boek opnieuw uitgegeven in de reeks Champs (zonder afbeeldingen). De laatste zin van het voorwoord gesupprimeerd.
  • Georges Duby, « L’historien devant le cinéma » in Le Débat no 30 (mei 1984), p. 81-85. (éd. Gallimard 1984)
  • Georges Duby, « Le plaisir de l’historien » in Essais d’égo-histoire, éd. Pierre Nora (Gallimard 1987), p. 109-138
    • 2015 heeft Patrick Boucheron deze tekst opnieuw uitgegeven, samen met andere teksten uit het privé-archief van Duby. Ook een eerdere schets van zijn Égo-histoire is hierin opgenomen. Titel: Georges Duby, Mes égo-histoires, ed. Patrick Boucheron (Gallimard 2015). Ik citeer deze uitgave.
  • Georges Duby, L’histoire continue (Gallimard 1991 vertaald in het Nederlands: De geschiedenis gaat door. Het verhaal van een historicus (Van Gennep 1992). Het boek komt aan de orde in hoofdstuk 10 (‘De l’art’–  ‘Over kunst’). Verder passim.

De citaten in hun context kunt u grotendeels hier lezen: pièces justificatives

BIJLAGE 2 : Uitgaven en titels

1966/7 : Het origineel: Ed. Albert Skira, Genève – reeks:  ‘Arts Idées Histoire’

Drie losse boeken, quarto formaat, met rhodoïde omslag, titelbanier, in kartonnen foedraal. Onderdeel van de serie Art Idées Histoire

  • Adolescence de la Chrétienté occidentale (980-1140)
  • L’Europe des Cathédrales (1140-1280)
  • Fondements d’un nouvel Humanisme (1280-1440)
  • 1976:  Het boek bij Gallimard, Paris –reeks: ‘Bibliothèque des histoires’

Pocketformaat (eerste druk met de bekende rood/zwarte layout). De hoofdtekst tekst uit 1 wordt overgenomen, redactioneel aangepast, niet gewijzigd

  • Le temps des cathédrales. L’art et sociéte, 980-4120

1980 Duits Die Zeit der Kathedralen.  Kunst und Gesellschaft 980-1420
1981 Engels The Age of the Cathedrals : Art and Society, 980-1420
1984 Nederlands De kathedralenbouwers. Portret van de middeleeuwse maatschappij 980-1420

Dit boek worden geregeld opnieuw gedrukt. Plus vertaald in nog veel meer talen.

  • [1978-1980] het boek wordt verfilmd. Een aan de film aangepaste versie van het boek. De tekst is aangepast.
     L’Europe au Moyen Age. art roman, art gothique (Arts et métiers graphiques 1979).


HET VERVOLG

1A. Georges Duby, Le Moyen Age (Skira S.A. / Flammarion, Genève1984)

De drie originelen worden na het succes van 2. heruitgegeven: fotomechanische herdruk van het origineel op glanzend papier. De originele titels uit 1 worden de ondertitels op de drie delen. De uitgave is iets minder hoog. De uitvouwbladen (zw/w) zijn ongenummerde bladzijden.             

1B Georges Duby, History of medieval art (Skira S.A. /Rizzoli, New York, 1986)

Dit is het Engelse counterpart van 1.A. De 3 skira delen zijn echter in één grote BAND gebonden, met luxueuze  linnen omslag met goudletters, in een ‘slipcase’ met dezelfde omslagfoto. Ook geen wijzigingen in de tekst.

1A2. Georges Duby, Le Moyen Age (Skira S.A., Genève 1995)

Skira is blijkbaar weer een zelfstandige drukkerij (los van Flammarion): Uitgeverij: Editions d’Art Albert Skira S.A. Genève. Enkel wijziging in de titelopdruk van de drie delen en onbedrukte, maar stevigere cassette.

3A  Georges Duby, L’Europe au moyen-age (Flammarion, série ‘Champs’, 1984) – Dit is de text-only uitgave van 3

VERWARRING troef.

Vooral de titel Art et société au moyen-age’ komt veel voor, maar niet altijd duidelijk welke lading die titel dekt.

  • 1987 Georges Duby: Le Moyen Âge, 987-1460. De Hugues Capet à Jeanne d’Arc
    • onderdeel van Hachette: Histoire de France – Tome 1
    • 1991 In het Engels France in the Middle Ages, 987-1460: From Hugh Capet to Joan of Arc. Trans. Juliet Vale. (A History of France.) Oxford and Cambridge, Mass.: Basil Blackwell, 1991.
  • 1995 : Georges Duby, Art et société au Moyen Age extrait uit Duby Le Moyen Age (z.b.) onderdeel van de serie « L’Histoire Artistique de l’Europe », ed. Georges Duby and Michel Laclotte, © Editions de Seuil, 1995 in 1997 nogmaals ?
  • Klein boekje, ook in het Engels vertaald. 2000 Georges Duby, Art and Society  – in 80 bladzijden wordt de hele middeleeuwen behandeld (500-1500). Het wordt als vertaling van art et sociéte au Moyen Age 1995gepresenteerd dat dan weer als extract uit ‘le Moyen-Age’ wordt bestempel, zonder verdere bron. Wonderlijk

NALEVEN

Bijzonder verwarrend is een hommage aan Duby uit 2002 (Gallimard), dat het ook als titel meekrijgt, maar dan de middeleeuwen tot de 20ste eeuw dekt:

  • 2002: Duby, L’Art et la société, Moyen Âge – XX siècle (Quarto – Gallimard) – 1316 pp. 117 illustraties. Collectie van zijn boeken en enkele opstellen over ‘kunst’, incl. Le temps des cathédrales
  • 2011: Georges Duby, le Moyen Âge  – Als je nader toekijkt blijkt het te gaan om een herdruk van Duby’s bijdrage . Histoire de France,  Hachette (512 pp)  (z.b.) – ondertitel : de Hugues Capet à Jeanne d’Arc (987-1460)
  • 2019: La Pléiade ‘Oeuvres’ – selectie met o.a. dit boek. (brontekst van de vertaling) redactie Felipe Brandi (inleiding: Pierre Nora)

Het onderpand van de Geest (‘arrabon’)

… van arav tot eruv

Inventio

Ter voorbereiding op BWV 37, waar het gaat over het ‘Pfand’ (onderpand) van het Geloof, van de Geest (in de eerste aria) ging ik op zoek naar de bijbelse wortels van dit woord. Gewoon concordantie: Het woord komt 3x voor in het NT: 2x in 2Korinthe, 1x in Efeze. citaten zie verderop). Het onderzoek veranderde in een ontdekkingsreis toen ik zag dat het Griekse woord voor ‘onderpand’ (ערב. ἀρραβών, arraboon) eigenlijk een ‘arameïsme’ is. Dat wil zeggen: het woord stamt uit de semitische taalgroep: ‘y-r-b’ (arab). Dit vond ik niet in een modern commentaar, maar zag ik gewoon staan in het bijbelcommentaar van J. Olearius (Biblische Erklärung) 5 folianten, die Bach zelf ook bezat. Ja hij was een leergierig mens. Olearius geeft drie betekenissen: I. het onderpand. II. de aanbetaling; en III. De bruid-schat (als verzekering van de geestelijke verloving met onze Heiland). Ja onthoudt zeker die laatste betekenis, want die komt ook voor in de cantate BWV 37 (in nr. 3).

Deze zeer geleerde heer professor legt in deze tekst (deel V, over 2 Korinthe 1:22) niet alleen omstandig de rijke betekenis van dit woord uit waarbij hij ook het Hebreeuwse woord ערב twee keer afdrukt (geelomrand). De laatste keer legt hij uit dat dit woord (met die betekenissen) als het ware een “hermeneutische sleutel” is tot het verstaan van het werk van de Heilige Geest. Aan het eind vermeldt hij zijn Hebreeuwse bron: Elias Levita. (Joodse Schriftgeleerde ca. 1469-1549).

transcriptie van de hele passage (J. Olearius, Biblische Erklärung…, vol V, 1267)
Das Pfand. arrhabona, cautio, qva ratificatur fidejussio [een waarborg waarmee de borgstelling wordt bekrachtigd]. Arab heist sich in eine Sache mischen wie ein Bürge I der gut sagt ערב … NB. Sprichw.6/1. 1.Mos.43/9. daher kömmt Arabon das Pfand c.38/17. das Pfand wird gegeben zur Versicherung der künftigen Zahlung /und Benehmung alles Zweyffels I s.Mos.24/6 .. 13. NB. und ist sonst unterschieden von dem Angelde / oder angefangenen Zahlung /wie auch von dem Mahl=Schatz I welchen verlobte Persohnen einander geben zur Versicherung der ehelichen Liebe und Treue. Und vom Geisel / 2.Kön.14/14. obsides (die Kinder zu Pfande nehmen.) Allhier aber ist alles zugleich beysammen. Denn der heilige Geist ist nicht allein
I. das Pfand und Versicherung unsers ewigen Erbes I und deß verheissenen ewigen Lebens /welches unfehlbar erfolgen wird I weil wir dessen durch dieses allerhöchste unendliche Pfand im Wort und Sacrament I überflüssig versichert sind. Sondern auch
ll. Das Angeld I und die allbereit geschehene würckliche Erweisung dessen I was uns Christus verheissen I von der Sendung dieses hochwertbesten Trösters I Joh. 14/15/l6.
lll. Der Mahl=Schatz und Versicherung der geistlichen Verlobung mit unserm Heylande I Hose.2. darauf die selige Heimführung gewiß erfolgen soll I der Seelen nach am letzten Ende /Luc.2. und mit Leib und Seel zugleich am jüngsten Tage. NB. Offenbar.22. woraus denn die Gewisheit unserer Seligkeit im Reich der Gnaden und Ehren /überflüssig erscheinet. NB. Rom.8. 2.Cor.1. … und dieses ist die höchste Versicherung wieder allen Zweifel. … wie die Gnaden= Versicherung bey grossen Herren I durch ihren Ring. NB. Esth.8/2. c3/10. Hag.2/24. Jer.22/24. und vom Hertzens=Siegel HoheL.8/6. Job.37/7. Und dieser Trost ist unaussprechlich. Gleich wie das Wort ערב davon Elias Levita sagt in Thisbi: Non invenitur radix in Univ. Bibl. qvae tot habeat significata scil. XI. in qvibus tamen omnibus qvaedam est commixtio [In de hele Bijbel wordt geen wortel (woordstam) gevonden, die zoveel betekenissen heeft, d.w.z. 11, waarin toch in alle gevallen sprake is van enige onderlinge vermenging.] NB. Psal.119/122. HoheL.2/14. Sprichw.20/17. & svavitas [und die Süßigkeit bzw. Lieblichkeit].

Und dieser Trost ist unaussprechlich. Gleich wie das Wort ערב davon Elias Levita sagt in Thisbi: Non invenitur radix in Univ. Bibli. quae tot habeat significata sc. XI. in quibus tamen omnibus quaedam est commixtio.

Op zoek waar Olearius dit nu precies gelezen had bij Levita, viel ik van de ene verbazing in de ander. Eerst ging ik natuurlijk op zoek naar Levita’s Tishbi . Dat bleek een boek dat in 1542 in Isny is uitgegeven door Paul Büchlein (beter bekend als Fagius) in een tweetalige uitgave: Hebreeuws-Latijn. Olearius citeert niet helemaal precies de Latijnse tekst, maar dit zal toch wel de bron (van zijn bron) zijn.

Ingezoomd, zie u de zin (non invenitur…) staan.

Ik kom daar nog op terug. De elf betekenissen (eigenlijk 10) heeft Levita in een gedicht uiteengezet in zijn grammaticaboek (sefer-ha-Bachur). Hier een link naar dit gedicht. Bovenstaande tekst bespreek ik verderop in détail.

Taalkundige achtergrond van ἀρραβών (arrābōn)

Het aramese woord voor ‘onderpand’, ‘aanbetaling’ , ‘voorschot’ (een onmisbare term uit de koopmanswereld) is ‘arrabon’ (Engels: caution, earnest money). Dit woord (met deze betekenis) is gewoon overgenomen in het Grieks (ὁ ἀρραβών). Het komt 3x voor in het Nieuwe Testament steeds verwijzend naar… de gave van de Geest (die dus als een soort onderpand/voorschot/aanbetaling/garanatie/belofte van de toekomende zaligheid geldt.

Grieks gebruik

In het Nieuwe Testament komt het woord ἀρραβών dus drie keer voor:

  • 2 Korintiërs 1:22 – “en Hij heeft ons ook het onderpand (arrābōn) van de Geest in onze harten gegeven”
  • 2 Korintiërs 5:5 – “Hij die ons juist hiervoor heeft toegerust is God, die ons het onderpand (arrābōn) van de Geest gegeven heeft.”
  • Efeziërs 1:14 – “[De Geest] is het onderpand (arrābōn) van onze erfenis…”

In alle drie gevallen verwijst de context naar de Heilige Geest als onderpand of aanbetaling, waarmee onze uiteindelijke verlossing wordt verzekerd. Dit is opmerkelijk, want in het Koinè-Grieks (dagelijkse omgangstaal) wordt ἀρραβών gebruikt in zakelijke of juridische contexten. Het verwijst naar

  • een eerste betaling (voorschot, als ‘garantie’ dat de rest zou volgen)
  • een onderpand (iets kostbaars) of een waarborgsom

Geen symbolisch of vrijblijvend gebaar—eens het onderpand gegeven was, moest de volledige betaling volgen.

Semitische oorsprong

Het Griekse woord ἀρραβών is een leenwoord uit de Semitische talen—waarschijnlijk uit het Aramees of Hebreeuws.

Hebreeuws: אַרְבוֹן (ʿarāvōn) — komt voor in de Hebreeuwse Bijbel
Genesis 38:17–20 — Juda geeft Tamar zijn zegel, halssnoer en staf als onderpand (ʿarāvōn), op grond waarvan Tamar hem later dwingen kan zijn belofte te houden.

De woordstam, het semitische drie-letter-werkwoord ʿRB (ע־ר־ב): borg staan, garanderen probeert men vaak terug te brengen tot één oerbetekenis. Die zou dan vermengen of verbinden zijn. Handeling of object A is verbonden met handeling of object B. Op een logische formule gebracht: Indien A , dan B.

TERZIJDE: Op dezelfde wijze geschreven (zelfde woordstam) zijn ook de woorden die duiden op ‘avond’ (ereb), ‘menging’ (irbuv) en ‘zoet’ (erav). Het Griekse woord arrābōn in het Nieuwe Testament is dus rechtstreeks geworteld in de Hebreeuwse/Aramese wereld van onderpanden, verbonden en gegarandeerde vervulling. Het is een juridisch én relationeel begrip, niet louter economisch: wie een onderpand geeft, bindt zichzelf aan de belofte.

De pagina’s (uit Tishbi)

Levita heeft zijn ‘Tishbi’ (woordspel met de woonplaats van zijn naamgenoot: de profeet Elia uit Tishbi (de Tisbiet)) beschouwd als een soort aanvulling op algemene woordenboeken, waarbij hij wat dieper ingaat op de betekenis van belangrijke Hebreeuwse woordstammen. Zijn andere boek ‘Bachur’ bevat dan eerder de Joodse grammatica (u weetwel: stamtijden, verbuigingen, syntax etc). Beide boeken had hij al geschreven en uitgegeven (in Italië) toen hij in 1539 door Paul Fagius (Pfarrer en zeer bekwaam Hebraist) naar Isny werd uitgenodigd. Fagius wilde een Hebreeuwse drukkerij voor christenen beginnen. Levita ging er graag op in (hij was zelf van Duitse origine). Tussen 1540-1542 rolden van die pers verschillende boeken, die nog eeuwenlang standaardwerken zijn geweest.

Van wikipedia (engels): During Elia’s stay with Fagius (until 1542 at Isny), he published the following works: Tishbi, a dictionary focusing on words that don’t appear in the Arukh,[3] containing 712 words used in Talmud and Midrash, with explanations in German and a Latin translation by Fagius (Isny, 1541); Sefer Meturgeman, explaining all the Aramaic words found in the Targum (Isny, 1541); Shemot Devarim, an alphabetical list of Yiddish technical terms translated into Hebrew, Latin and German (Isny, 1542);[4] and a new and revised edition of the Baḥur.[5] While in Germany he also printed his Bovo-Bukh – a yiddish chivalric romance.[2] 

Her de hele tekst van Levita

Transcriptie (Hebreeuws):

עָרַב –  לֹא נִמְצָא שׁרֶשׁ בְּכָל הַמִקְרָא שֶׁיֵּשׁ לוֹ כָל כַּךְ הַוָרָאֵת בְּשׁרֶשׁ הַזְךְ
כִּי אֶחָד עֶשָׂר לְשׁוֹנוֹת נִמְצְאוּ בוֹ
וְכַבַר חַבַּרְתִּי שִׁיָרָה חֲדָשָׁה בְסֵפֶר הַבָּחוּר שֶׁל עֲשָׂרָה בַּתִּים וּבְסוֹף כָּל בַּיִת מְלַת עֲרָבִים וּלְכָל אֶחָד הוֹרָאָה מִיוּחֶדֶת וְלֹא יָכוֹלְתִּי לְהַכְנִיס בּוֹ מִלַת עוֹרְבִים מִן * כָּל עוֹרָב לְמִינוֹ
כִּי אֵינוֹ נִכְנַס בְּמִשְׁקַל שֶׁל זֶה הַשִׁיר וּרוֹיל הִרְגִילוּ הַרְבֶּח בִלְשׁוֹן תַּעֲרובות בלשון אשכנז מושן
ובלעז מישקולאר בָּאִמְרָם עֲרוּב תַּבְשִׁילִין עֵרוּב חֲצֵרוֹת וְדִינָם מְבוֹאָר בְּפוֹסְקִים

English Translation and Commentary:

עָרַב – לֹא נִמְצָא שׁרֶשׁ בְּכָל הַמִּקְרָא שֶׁיֵּשׁ לוֹ כָּל כַּךְ הַוָרָאֵת בְּשׁרֶשׁ הַזֶּה
“ʿArab – There is no other root in all of Scripture that has such a great variety of meanings as this root.”

כִּי אֶחָד עֶשָׂר לְשׁוֹנוֹת נִמְצְאוּ בוֹ
“For eleven different meanings/usages have been found for it.”

וְכַבַר חִבַּרְתִּי שִׁירָה חֲדָשָׁה בְּסֵפֶר הַבָּחוּר שֶׁל עֲשָׂרָה בַּתִּים, וּבְסוֹף כָּל בַּיִת מִלַּת ‘עֲרָבִים’ – וּלְכָל אֶחָד הוֹרָאָה מִיּוּחֶדֶת
“And I have already composed a new poem in Sefer HaBachur consisting of ten verses, and at the end of each verse is the word ‘ʿaravim’, with each one bearing a distinct meaning.”

וְלֹא יָכוֹלְתִּי לְהַכְנִיס בּוֹ מִלַּת ‘עוֹרְבִים’ מִן כָּל עוֹרֵב לְמִינוֹ
“And I could not include in it the word ‘orvim’ (ravens), from the phrase ‘every raven after its kind’,
כִּי אֵינוֹ נִכְנַס בְּמִשְׁקַל שֶׁל זֶה הַשִּׁיר
“Because it doesn’t fit the meter of this poem.”

וְרוֹאִי הִרְגִּילוּ הַרְבֶּה בִּלְשׁוֹן תַּעֲרוּבוֹת, בִּלְשׁוֹן אַשְׁכְּנָז ‘מוֹשֶׁן’
“And people (contemporaries) have become accustomed to using it in the sense of mixtures, in the Ashkenazic tongue [Yiddish] as ‘moshèn’ [mixture].”3

וּבַלַּעַז ‘מִישְׁקוֹלָאר’ בָּאִמְרָם: עֵרוּב תַּבְשִׁילִין, עֵרוּב חֲצֵרוֹת, וְדִינָם מְבוֹאָר בַּפּוֹסְקִים
“And in the vernacular (Laaz, probably Old French or Judeo-Romance), ‘miskolar’ [= mixture] they call: Eruv Tavshilin, Eruv Chatzeirot, and their laws are explained in the halachic authorities (poskim).”

Linguistic Notes:

  • רוֹאִי (Ro’i):
    This word literally means “my seer” or “my one who sees,” and in context most likely refers to the author’s readers, disciples, or peers ?— those who understand and engage with his teachings. Fagius translates ‘Rabbini’ (is his translation made in coordination with Levita?)
  • לַעַז (La’az):
    This term denotes the vernacular languages spoken by Jews, especially non-Hebrew European languages like Old French, Italian, Spanish, or German, often incorporated with Hebrew. It derives from the phrase “לשון העם” (Lashon HaAm) — “the language of the people.’ In this passage, Laaz refers to the Romance languages, with ‘mescolar’ being the Italian verb for “to mix. Where ‘Ashkenaz’ is used for the German tongue: Moshn.
  • מישן is the common Yiddish/German term, generally spelled ‘Mishn’, mischen, meaning “to mix,” indeed used to translate or parallel the Hebrew root ע-ר-ב.
  • Both examples given at the end are halachic traditions/discussions. Eruv Tavshilin—allows one to cook on Yom Tov (a Jewish Holyday) the sake of Shabbat. Eruv Chatzeirot— symbolically joins multiple private domains into one shared space, so that carrying objects between them on Shabbat becomes permitted. Full discussion on https://www.chabad.org/library/article_cdo/aid/257752/jewish/Eruv.htm

Hier de vertaling van Fagius

ARab ] Non inuenitur Radix in tota Biblia, quæ tot habeat significata atq[ue] hæc Radix. Undecim enim modos significandi habet. Et iam composui carmen nouum in libro Bachur, quod constat 10. bathim. Et in fine cuiuslibet metri inuenitur dictio ערבים & quæq[ue] habet suam propriam significationem, nec potui hic commode referre ערבים Cujus usus est Levit. 11. Omnis quoque corvus iuxta genus suum. Non enim convenit cum mensuratione huius carminis. Cæterum Rabbini utuntur pro commixtione, Germ. müschen. Italicè mesch kolar, ut quum dicunt ערוב תבשילין (in de gedrukte tekst staat geen shin, maar een samek of een mem). Item, ערוב חצרות (in de gedrukte tekst staat eerder een kaf dan een tsade) quorum ritus explicatur apud Causidicos.


Vertaling (Nederlands):

ARab ] Er is geen ‘hebreeuwse woordstam’ in de hele Bijbel te vinden die zoveel betekenissen heeft als deze. Zij heeft namelijk elf mogelijke betekenissen. Ik heb zopas nog een nieuw gedicht geschreven voor het boek Bachur, dat uit 10 bathim (verzen) bestaat. En aan het eind van elk vers komt het woord ערבים voor, en elk heeft zijn eigen betekenis. Ik kon er echter een betekenis van ערבים er niet inkrijgen, zoals die gebruikt wordt in Leviticus 11: “Elke raaf (oreb)) naar zijn soort”. Want het past niet bij het metrum of omvang (mensuratio) van dit lied. Verder gebruiken de Rabbijnen (het Hebreeuws “Ro’i” wordt door Fagius (in samenspraak met Levita?) gewoon met Rabbijnen vertaald) het voor menging, in de askhkenazische taal (Duits) mischen, in het Italiaans mescolare, zoals wanneer ze zeggen ערוב תבשילין eruv tavshilim (menging van gekookt voedsel op de avond voor een feest-shabbat). Eveneens ערוב חצרות eruv chatsarot (menging van ‘voorhoven’ = vervoer van voedsel mogelijk), waarvan het gebruik wordt uitgelegd bij de wetgeleerden (Causidici, halachische autoriteiten).

Vézelay (gedicht)

In stippels bruin en roze valt de boog
op bijbels beitelwerk waarvan gewaden
verglijden in de pijlers hemelhoog
geplant op deze heuvel van genade.

Dit is Jeruzalem gevat in tijd
en ruimte, samenzang van steen en licht.
De voorhal schemert en verplettert mij
gehurkt onder gewelven en gewicht

van kapitelen. Maar de pinksterstraal
die op de hemelpoort bevrijdend spreekt
tot mensendrommen, warmt me en herhaalt
het licht dat buiten door de wolken breekt.

Patrick Lateur

Hoor de klokken luiden (Moralia – Hándl, Gallus) 1590

https://youtu.be/s48bmOvgHlk

De tekst met Engelse vertaling kunt u hier nalezen

Jacob Hándl (verkleinwoord van “Hahn” – Latijn: Gallus) 1551-1591. Componist aan het Habsburgse hof (Graz, Praag), geboortig van Carniola (Kranjska – Slovenië). Stond in zijn dagen hoog in aanzien. Publiceerde aan het eind van zijn korte leven een aantal bundels met wereldlijke muziek, licht van toon: Morele harmonieën. 4 In deze vierstemmige miniatuurtjes zet hij oude Latijnse gedichtjes, spreuken met levenswijsheden (vandaar ‘Moralia’) op muziek. Teksten van Horatius, Ovidius, maar ook uit gangbare verzamelingen (Anthologia Latina, Carmina proverbalia), en van onbekende origine, wellicht van hemzelf. Ze verschenen in drie delen (drie ‘boeken’) in 1598-1890 (Praag). Zijn broer Johann gaf posthuum nog een collectie uit: Moralia (1596). 8, 6 en 5 stemmig. Samen: 100 stuks. Hier de titelpagina van die uitgave:

Het vocaal ensemble ‘Singer Pur’ zong ze allemaal in en gaf een selectie uit op CD. Hier hebt u er eentje uit de eerste bundels (4-stemmig): over een kerkklok Tintinabulo clango

https://youtu.be/s48bmOvgHlk

Netanyahu’s three-front war: Scorched earth for hostages, democracy and Jews

Newsletter Logo

20 March 2025

Esther Solomon. Esther Solomon, Editor-in-chief, Haaretz English

Prime Minister Netanyahu is baldly exhibiting his ‘vision’ for the character of his own regime and the principles that govern the Israeli state’s behavior at home and abroad. It is a vision that is genuinely revolutionary, in that it rips up and shreds into confetti most of the fundamental values and social contracts that bind the state to its citizens, and the state to the Jewish people outside its borders.

With the Trump administration’s backing, but to the consternation of most of the rest of the international community, IDF airstrikes are now raining down on Gaza again. Netanyahu’s ministers are using bloodcurdling language, directed at the whole population of Gaza, and not only Hamas.

The declared premise for breaking the cease-fire – that extreme military pressure will force Hamas into capitulation, and will lead to hostages being released alive – is false and illogical. Sixteen months of war has shown that only negotiations bring back significant numbers of hostages alive, that airstrikes kill them, and Hamas, which has repopulated its ranks, has no pangs of conscience to fight to the last Gazan. As Einav Zangauker, warrior mother of hostage Matan, said: “Netanyahu has opened the gates of hell not on Hamas, but on our loved ones.”

The real reason for resuming war is to satiate the annexationist warlust of the far right, and win the prime minister more time in power. And both of those reasons factor into the resurgence-on-steroids of the government’s judicial coup, now honed to take out the Shin Bet head and the Attorney General, the key remaining gatekeepers of democracy and the rule of law.

There’s an urgency to Netanyahu’s call to rid himself of these troublesome officials, and it’s called Qatargate: the rolling scandal of close aides to Netanyahu allegedly being paid by Doha for positive PR during the war, in which the Shin Bet is a lead investigative agency. In true Trumpist style, and with a nod to his fellow White House populists, Netanyahu took to social media to accuse the “leftist deep state” of conspiring to weaponize the justice system to bring down the right-wing government.

This week there were also dramatic developments in the third front: How the government understands its relationship with Diaspora Jews. Amichai Chikli, the minister in charge of Diaspora relations and Israel’s antisemitism czar, is organizing a “combating antisemitism” conference stuffed with representatives of European far-right parties whose antisemitic, neo-Nazi, illiberal record is either a fact of their founding and/or an everyday feature of their activists’ rhetoric.

It was an ambush for the high-profile representatives of U.S. and European Jewish communities also invited to attend: To show solidarity with Israel at the cost of their own values and safety. One by one, they have cancelled, from the U.K.’s Chief Rabbi to the head of the ADL: Even Israel’s President refused to host the far-right politicians. These are rare, brave moves that may well be a milestone in the breakdown of Israel-Diaspora relations, a sign of how infuriated Diaspora Jews are and how arrogant, cynical and fanatic the Israeli government.

De kathedraalscholen (12de eeuw)

Fragment uit een TV-film over de kathedralenbouwers (1980), waarin Georges Duby over het ontstaan van de wetenschap vertelt, met speciale aandacht voor Pierre Abélard en de ‘redeneerkunde’. Hij heeft een papier op zak met een citaat van/over Abélard’s lesmethode en haalt die tijdens de uitzending tevoorschijn om voor te lezen… Top-tv was dat op Antenne 2, in 1980, en nog steeds de moeite van het bekijken en beluisteren (en overdenken) waard. Nederlands ondertiteld (cc); transcript-vertaling onder het filmfragment.

https://youtu.be/LVthk5YsCFE

TRANSCRIPT, ongeveer vertaald

“De bouw van de kathedralen (in razend tempo eind 12de, begin 13de eeuw) is mogelijk geworden door de groei van de stedelijke economie. Zeker. Maar is tegelijk ook te danken aan een andere groei die onlosmakelijk verbonden is met de eerste: de groei van de kennis (savoir).
Elke kathedraal wordt immers geflankeerd door een school, en de meest dynamische scholen bevinden zich rond de kathedralen in Noord-Frankrijk. Zeker, in kloosters werd ook les gegeven, maar de kloosterschool was gesloten, de kathedraalschool was open. Dat heeft te maken met haar functie. De kathedraal is – per definitie – de kerk van de bisschop. De primaire functie van de bisschop is (ja echt waar! DW) de verkondiging van het Woord van God en niet alleen in zijn eigen kerk, nee, in zijn hele bisdom. Hij heeft helpers nodig, om samen met hem te prediken. En dus werkplaatsen (ateliers) om predikers op te leiden, te scholen. Dat impliceerde goede boeken (manuscripten), goede leraars die deze boeken konden verklaren. En: in een samenleving waarin reizen steeds gemakkelijker werd, zien we intellectuele avonturiers door Europa trekken op zoek naar de beste scholen. Die bevonden zich precies daar waar de meesterwerken van de gotische kunst verrezen: in Laon, Chartres, en Parijs. Ik denk niet dat het toeval (coïncidentie) is dat de locaties van deze intellectuele onderzoekscentra samenvallen (coïncideren) met de haarden van de artistieke creatie (artistiek = alles wat de mens ‘toevoegt’ aan de natuur: kunde, ambacht, ambachtelijke kunst).
De studiecyclus was dezelfde als in de “eerste Renaissance” (onder Karel de Grote), de zeven vrije kunsten – de artes liberales. Deze zijn te zien op een van de roosvensters van de kathedraal van Laon, waar ze de centrale bloem omringen waar de Wijsheid troont. Die vormen haar hof, verrijkend en verlichtend. De zeven artes bestonden uit drie inleidende disciplines: grammatica (taal), retorica (de kunst van het spreken) en dialectiek (de kunst van het redeneren), gevolgd door vier dieper gravende disciplines: de leer van getallen, de geometrie, de astronomie en de wetenschap van de ‘tonen van de muziek’ (en hun onderlinge verhouding).

Laon cathedral - noord venster
roosvenster met de 7 artes, kathedraal van Laon (voltooid ca 1200)

Deze disciplines onthulden de mysterieuze wetten die het universum beheersen. Dit pad, deze weg, deze boulevard van kennis, leidde uiteindelijk tot de theologie – de hoogste wetenschap omdat zij de mens hielp om de geheimen van God te doorgronden die hij meedeelt in wat hij zegt (zijn Woord) en in de zichtbare tekenen, uitgestrooid in de de natuur.5

In de tweede helft van de 12e eeuw kenden de scholen van Parijs een buitengewoon succes. Ze werden de kweekvijver van bekwame bisschoppen; alle pausen van die tijd kwamen er studeren. Dit succes was grotendeels te danken aan het onderwijs van Abélard6). Men begon bij de taal, de woorden, maar de dialectiek stond daarbij centraal: door redenering de betekenis van de woorden begrijpen. Niet door er in mystieke overpeinzingen over te mediteren, zoals in het klooster, maar door ze te analyseren. Het intellectuele gereedschap werd steeds verfijnder. Geestelijken reisden met de ridders mee die Spanje en Sicilië op de moslims heroverden, en ze stortten zich op de schitterende bibliotheken van Toledo en Palermo. Ze begonnen – samen met/tegelijk met de Joden – koortsachtig Arabische werken te vertalen naar het Latijn – werken die de Arabieren op hun beurt uit het Grieks hadden vertaald. Wat zij zo onthulden was de antieke wetenschap: Euclides, Ptolemaeus, en nog waardevoller voor hen: de logica van Aristoteles.
De methode werd verfijnd, op punt gesteld en verrijkt door Abélard. De eerste stap? Twijfelen! Abélard zei: “we komen tot onderzoek door twijfel, en door onderzoek ontdekken we de waarheid.” Hoogmoed, arrogantie… Sommigen veroordeelden deze houding fel, met name Bernardus van Clairvaux, die Abélard uiteindelijk ten val heeft gebracht. Maar wat een vruchtbaarheid school er in deze benadering ! Wat een enthousiasme ontstond er in de scholen. Het ging niet langer om lessen enkel te aanhoren, maar om discussie. Dialoog, dialectiek, debat! “Mijn studenten,” zei Abélard, “verlangen menselijke redenen te horen, verklaringen die ze begrijpen; geen stellingen en affirmaties.” Ze vonden dat spreken zinloos was, als men niet ook tegelijk het begrip van wat men wilde zeggen mee aanbracht, en ook dat men niets kan geloven als men het niet eerst heeft begrepen.7

Uit deze manier van denken is al onze wetenschap voortgekomen…

Ils disaient qu’il est inutile de parler si l’on donne pas l’intelligence de ses propos et que nul ne peut croire s’il n’a pas d’abord compris. Et toute notre science sors de là…

Georges Duby, Le temps des cathédrales – 9 delige TV-film uit 1980, deel 3, Dieu est lumière.